Inkoopmanager vult elke maand de PMI-enquête in
Algemeen

PMI: de betekenis van de inkoopmanagersindex uitgelegd

26 oktober
DoorMike
Mike

Mike is sinds 2024 de vaste redacteur achter Informatiegidsen Nederland. In die periode schreef hij meer dan 450 artikelen over een breed scala aan onderwerpen — van actueel nieuws en ondernemerschap tot tech, fin…

Bekijk volledige bio

In economisch nieuws staat PMI voor Purchasing Managers’ Index, in het Nederlands de inkoopmanagersindex. Het is een maandelijks cijfer tussen 0 en 100, gebaseerd op een enquête onder inkoopmanagers. Het laat zien of de bedrijvigheid in de private sector groeit of krimpt ten opzichte van de vorige maand. Boven de 50 betekent groei, onder de 50 krimp. In Nederland heet de bekendste versie de Nevi PMI. Die meet de stand van de industrie en verschijnt elke maand al op de eerste werkdag, dus ruim voordat het CBS met harde productiecijfers komt. Hieronder lees je hoe het cijfer tot stand komt, hoe je het leest en waar je voorzichtig mee moet zijn.

Informatiegidsen-nederland
Blijf op de hoogte van economische trends
Lees actueel zakelijk nieuws en ontwikkelingen over economie, financiën en sectoren om marktbewegingen beter te volgen.

Bekijk het zakelijke nieuws

Kort samengevat

  • PMI is de afkorting van Purchasing Managers’ Index, de inkoopmanagersindex. Het is een maandelijkse indicator van de bedrijfsomstandigheden in de private sector.
  • De index loopt van 0 tot 100. Precies 50 betekent geen verandering, daarboven groei en daaronder krimp, telkens ten opzichte van de vorige maand.
  • De Nederlandse industrie-PMI (Nevi PMI) is een gewogen gemiddelde van vijf deelindexen. Nieuwe orders tellen het zwaarst mee, met 30%.
  • In juli 2026 stond de Nevi PMI op 54,4. Dat was de veertiende maand op rij boven de 50.
  • De PMI meet hoe breed een beweging is, niet hoe groot. Lees het cijfer dus als richtingwijzer en niet als groeipercentage.

Inhoudsopgave

Waar de afkorting PMI voor staat

Volgens S&P Global, dat PMI-enquêtes in tientallen landen uitvoert, is de Purchasing Managers’ Index een wereldwijd gevolgde economische indicator. Hij geeft elke maand een momentopname van hoe het bedrijven in de private sector vergaat. De Nederlandse vertaling is inkoopmanagersindex. Die naam zegt meteen wie de bron is: niet de overheid, niet de beurs, maar de mensen die bij bedrijven grondstoffen, onderdelen en diensten inkopen.

Dat de index juist inkopers ondervraagt, is geen toeval. Nevi, de Nederlandse beroepsvereniging voor inkoop, legt uit dat inkopers veel invloed hebben op de economie. Een inkoper die meer bestelt, zorgt voor werk bij leveranciers, en die leveranciers kopen op hun beurt ook weer in. Wat inkopers deze maand doen, zie je daardoor vaak pas maanden later terug in de officiële productie- en groeicijfers.

Andere betekenissen van PMI

Wie op ‘PMI’ zoekt, komt ook andere betekenissen tegen. In projectmanagement staat PMI voor het Project Management Institute. Die Amerikaanse beroepsorganisatie geeft onder meer de PMP-certificering uit en heeft een Nederlandse afdeling. In HR wordt de afkorting soms gebruikt voor een Persoonlijke Motivatie Index, een instrument om de verwachtingen van medewerkers in kaart te brengen. In zakelijk en financieel nieuws bedoelt men vrijwel altijd de inkoopmanagersindex. Daar gaat dit artikel over.

Hoe de inkoopmanagersindex tot stand komt

De PMI is geen schatting van een econoom. Het is een optelsom van antwoorden van bedrijven. Elke maand krijgt een vast panel van inkoopmanagers dezelfde vragen. Is je productie hoger, gelijk of lager dan vorige maand? En hoe zit het met nieuwe orders, personeel, levertijden en voorraden?

Van antwoorden naar een indexcijfer

Per vraag rekent S&P Global een zogeheten diffusie-index uit. De formule die S&P Global hanteert is eenvoudig: het percentage bedrijven dat ‘hoger’ antwoordt, plus de helft van het percentage dat ‘onveranderd’ antwoordt. Een rekenvoorbeeld:

  • 40% van de inkopers meldt meer nieuwe orders.
  • 45% meldt evenveel.
  • 15% meldt minder.

De deelindex wordt dan 40 + (0,5 × 45) = 62,5. Zegt precies de helft ‘hoger’ en de andere helft ‘lager’, dan kom je op 50 uit. Zegt iedereen ‘onveranderd’, dan ook. Daarom is 50 het omslagpunt.

De vijf deelindexen achter de hoofdindex

Het getal dat in de krant staat, is de hoofdindex. Voor de Nederlandse industrie is dat volgens het persbericht van de Nevi PMI een gewogen gemiddelde van vijf deelindexen:

Deelindex Weging Wat het zegt
Nieuwe orders 30% De vraag die de komende maanden productie oplevert
Productieomvang 25% Hoeveel er nu daadwerkelijk gemaakt wordt
Werkgelegenheid 20% Of bedrijven personeel aannemen of afbouwen
Levertijden van leveranciers 15% Hoe druk het bij toeleveranciers is (omgekeerd meegeteld)
Voorraad ingekochte materialen 10% Of bedrijven voorraden opbouwen of afbouwen

De levertijden verdienen uitleg. Langere levertijden wijzen meestal op drukte bij leveranciers, en dus op een aantrekkende economie. Daarom wordt deze deelindex geïnverteerd, zodat hij in dezelfde richting beweegt als de andere vier.

Een rekenvoorbeeld met verzonnen waarden laat zien hoe de weging uitpakt. Stel: nieuwe orders 56, productie 58, werkgelegenheid 52, levertijden (na inversie) 53 en voorraden 50. De hoofdindex wordt dan 0,30 × 56 + 0,25 × 58 + 0,20 × 52 + 0,15 × 53 + 0,10 × 50 = 54,65, afgerond 54,7. Omdat de orders en de productie samen meer dan de helft van het gewicht dragen, bepalen die twee grotendeels de richting.

Weging van vijf PMI-deelindexen tot 54,65

Boven of onder de 50: zo lees je het cijfer

De vuistregel is kort. Een waarde van 50,0 betekent geen verandering ten opzichte van de vorige maand, boven de 50 is er expansie en onder de 50 contractie. Toch gaat het in de praktijk vaak mis bij het lezen. Drie dingen helpen:

  1. Kijk naar het niveau, niet alleen naar de verandering. Een daling van 55,5 naar 54,4 klinkt als slecht nieuws, maar betekent nog steeds groei. Die groei is alleen iets minder breed dan de maand ervoor. Een stijging van 46 naar 48 betekent juist dat de krimp afneemt, niet dat er al groei is.
  2. Een PMI meet breedte, geen omvang. Een 52 zegt dat per saldo iets meer bedrijven groei zien dan krimp. Of die groei 1% of 10% bedraagt, volgt niet uit de formule. Met een PMI van 54 kan de productie dus nauwelijks stijgen, als veel bedrijven maar een klein beetje groeien.
  3. Let op de reeks. Eén maand boven de 50 is een signaal, een reeks maanden is een trend. Daarom vermelden persberichten vaak hoeveel maanden op rij de index al boven of onder de 50 staat.

De Nevi PMI: de Nederlandse industrie in één getal

In Nederland wordt de inkoopmanagersindex voor de industrie gepubliceerd onder de naam Nevi PMI. Nevi omschrijft die als dé economische indicator voor de productiesector en als een leading indicator voor de hele Nederlandse economie. S&P Global stelt de cijfers samen en de persberichten noemen Nevi, ABN AMRO en S&P Global als bronnen. Een sectoreconoom van ABN AMRO geeft er elke maand commentaar bij.

Wie de Nederlandse industrie wil plaatsen naast de rest van de economie, vindt achtergrond in ons overzicht van de industrie in Nederland.

Waar de index de afgelopen periode stond

De recente cijfers laten een duidelijk herstel zien. In augustus 2025 kwam de Nevi PMI uit op 51,9, de derde maand op rij met verbeterende bedrijfsomstandigheden. Een jaar later lag het niveau duidelijk hoger. Op 3 augustus 2026 meldde Nevi dat de index in juli 2026 op 54,4 stond. Dat was iets lager dan de 55,5 van juni, maar wel de veertiende maand op rij boven de 50. Volgens Nevi groeide de productie in die periode zo hard als in bijna vierenhalf jaar niet was gebeurd.

Het cijfer verandert elke maand. Op de nieuwspagina van Nevi en op de PMI-site van S&P Global vind je altijd de meest recente stand, met een toelichting op orders, prijzen en werkgelegenheid.

Wanneer het cijfer verschijnt

PMI-cijfers verschijnen elke maand volgens een vast ritme. Volgens de publicatiekalender van S&P Global komen de industrie-indexen meestal op de eerste werkdag van de maand uit en de dienstenindexen op de derde werkdag. De Nevi PMI over juli verscheen dus op maandag 3 augustus. Voor grote economieën zoals de eurozone verschijnt bovendien rond de derde week van de maand een snelle voorlopige raming, de flash-PMI.

Industrie en diensten: twee verschillende cijfers

De Nevi PMI gaat over de productiesector: fabrieken, procesindustrie, maakbedrijven. Dat is een belangrijk deel van de Nederlandse economie, maar niet het grootste. Het grootste deel van de toegevoegde waarde komt uit de dienstensector, van logistiek en zakelijke dienstverlening tot horeca en ICT.

Voor diensten bestaat een aparte inkoopmanagersindex met eigen vragen. Daarin draait het om bedrijfsactiviteit en nieuwe opdrachten in plaats van productie en levertijden. In nieuws over de eurozone kom je vaak drie cijfers tegen:

Index Wat het meet Wanneer het meestal verschijnt
Manufacturing PMI (industrie) Orders, productie, personeel, levertijden, voorraden in de industrie Eerste werkdag van de maand
Services PMI (diensten) Activiteit en nieuwe opdrachten bij dienstverleners Derde werkdag van de maand
Composite PMI (samengesteld) Gecombineerde productie van industrie en diensten Samen met de dienstenindex

Voor de eurozone en de grootste lidstaten verschijnen de cijfers onder de naam HCOB PMI. Voor een Nederlands bedrijf met veel afzet in Duitsland, Frankrijk of de bredere eurozone is die reeks minstens zo relevant als de Nevi PMI.

Het verschil doet ertoe. Industrie en diensten lopen niet altijd gelijk op. De industrie reageert sneller op wereldhandel, energieprijzen en voorraadcycli, terwijl diensten meer afhangen van binnenlandse bestedingen. Wil je weten hoe huishoudens erbij staan, combineer de PMI dan met cijfers zoals het consumentenvertrouwen.

Waarom professionals de PMI zo nauwlettend volgen

De PMI is vooral populair omdat hij snel is. Volgens S&P Global wordt de index erkend als tijdige leading indicator die vaak voorloopt op officiële statistieken zoals het bbp. Het CBS publiceert de eerste raming van de economische groei pas weken na afloop van een kwartaal. De PMI over dezelfde maanden ligt dan al lang op tafel.

In de praktijk kijken verschillende groepen er elk op hun eigen manier naar:

  • Centrale banken en beleidsmakers gebruiken de PMI als vroeg signaal voor groei en inflatie. De prijsvragen in de enquête, over inkoop- en verkoopprijzen, laten zien of kostenstijgingen worden doorberekend.
  • Beleggers reageren op verrassingen ten opzichte van de verwachting. Een PMI die flink afwijkt van wat analisten voorspelden, kan obligatierentes en valutakoersen in beweging zetten.
  • Ondernemers en inkopers gebruiken de deelindexen om hun eigen planning te toetsen. Nevi wijst erop dat de index ook aangeeft of het een goed moment is om in te kopen. Lopen de levertijden op en stijgen de inkoopprijzen, dan is eerder bestellen vaak verstandig.

In economische nieuwsanalyses wordt de PMI vaak gebruikt om een kentering te herkennen, lang voordat de officiële statistieken die bevestigen. Wie wil zien hoe zo’n signaal uitpakt voor bedrijven die afhankelijk zijn van investeringen in productie, vindt een voorbeeld in deze analyse van een economische opleving voor maakbedrijven. Voor de vergelijking met harde cijfers achteraf is ons overzicht van het Nederlandse bruto binnenlands product het logische vervolg.

Waar de PMI tekortschiet

Een goede indicator is nog geen glazen bol. Wie de PMI zwaar laat meewegen in een beslissing, moet de beperkingen kennen.

Het is een enquête, geen meting. Inkoopmanagers geven aan of iets hoger, gelijk of lager is. Dat is een inschatting, beïnvloed door hoe zij de markt ervaren. In onzekere tijden kan de stemming somberder zijn dan de werkelijke productie, en andersom.

Richting zonder omvang. Zoals de formule laat zien, telt een bedrijf met 1% groei even zwaar als een bedrijf met 20% groei. Een PMI van 55 kan dus samengaan met bescheiden productiecijfers bij het CBS.

Levertijden kunnen misleiden. Omdat langere levertijden positief meetellen, kunnen haperende toeleveringsketens de hoofdindex opdrijven, ook als die vertraging niets met sterke vraag te maken heeft. Kijk bij een opvallend hoge PMI daarom ook naar de deelindex voor nieuwe orders.

Voorraadeffecten. Als bedrijven massaal buffervoorraden aanleggen, bijvoorbeeld uit angst voor tekorten of hogere importheffingen, stijgen orders en inkoop tijdelijk. Dat is echte activiteit, maar ze kan later terugvallen als die voorraden weer op peil zijn.

Industrie is niet de hele economie. De Nevi PMI zegt veel over maakbedrijven en weinig over zorg, retail of zakelijke dienstverlening. Waarom een groeicijfer ook nog eens anders kan voelen dan het op papier oogt, lees je in ons stuk over economische groei die minder voelbaar is.

Waar de PMI tekortschiet — overview diagram

Zo gebruik je de PMI in je eigen beslissingen

Voor een ondernemer of financieel professional is de PMI vooral nuttig als vast onderdeel van een maandelijkse routine. Een praktische aanpak:

  1. Kies de juiste reeks. Maakbedrijf in Nederland? Volg de Nevi PMI. Veel export naar Duitsland? Voeg de Duitse industrie-PMI toe. Dienstverlener? Kijk naar de diensten-PMI van de eurozone.
  2. Lees verder dan de kop. Kijk in het persbericht naar nieuwe orders, exportorders en inkoopprijzen. Daar zie je eerder dan in de hoofdindex waar het heen gaat.
  3. Vergelijk met je eigen orderboek. Loopt jouw orderinstroom achter terwijl de sector-PMI al maanden boven de 50 staat? Dan ligt de oorzaak eerder bij je eigen positie dan bij de markt.
  4. Kijk naar drie maanden, niet naar één. Een gemiddelde over een kwartaal filtert toevallige uitschieters weg.
  5. Leg het naast harde cijfers. Toets de PMI achteraf aan CBS-cijfers voor productie en bbp. Zo leer je hoe goed de index voor jouw sector werkt.

Neem je op basis van PMI-signalen grote beslissingen over financiering, voorraadposities of beleggingen? Bespreek die dan met je accountant, je bank of een financieel adviseur. Zij kunnen het macrobeeld vertalen naar jouw balans en risico’s.

Wie de PMI wil zien in samenhang met inflatie, rente, werkloosheid en vertrouwen, vindt alle belangrijke cijfers bij elkaar in onze gids met economische indicatoren.

Onze kijk: waarom de PMI meer zegt dan één getal

We volgen de economische indicatoren elke maand voor een publiek van ondernemers, investeerders en adviseurs. De PMI is daarbij het cijfer dat het vaakst verkeerd wordt gelezen. De kop ‘PMI daalt’ haalt het nieuws, terwijl de index nog ruim boven de 50 staat en de industrie gewoon groeit. Ook het omgekeerde zien we: een stijging onder de 50 wordt al gevierd als herstel, terwijl het aantal bedrijven met krimp nog steeds groter is dan het aantal met groei.

Onze les na vele publicatierondes: de waarde zit in de deelindexen en in de reeks. Nieuwe orders en exportorders vertellen wat er komt, inkoopprijzen vertellen wat er met de marges gebeurt. De veertien maanden boven de 50 tot en met juli 2026 zeggen meer dan het verschil tussen 54,4 en 55,5. Voor ons is de PMI daarom geen voorspelling, maar een vroege vraag die je aan je eigen cijfers stelt. Klopt mijn orderboek met wat inkopers in mijn sector melden?

We zien ook dat de beste duiding van zulke cijfers vaak niet van macro-economen komt, maar van mensen uit de praktijk. Een inkoopdirecteur die uitlegt waarom de levertijden oplopen, of een CFO die vertelt hoe hij inkoopprijzen afdekt, maakt een abstract indexcijfer concreet.

— Mike

Deel je eigen sectoranalyse

Heb je als bedrijf, consultant of econoom een onderbouwde kijk op de industrie, inkoop of de conjunctuur? Op Informatiegidsen Nederland kun je een expertartikel of bedrijfsprofiel aanmelden. Je bijdrage wordt redactioneel getoetst en verspreid via onze nieuwsbrief en sociale kanalen, en bereikt zo ondernemers, investeerders en professionals. Wil je zelf elke maand de belangrijkste cijfers ontvangen? Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief.

Veelgestelde vragen

Wat is de inkoopmanagersindex in het kort?

De inkoopmanagersindex, of PMI, is een maandelijkse indicator op basis van een enquête onder inkoopmanagers. Hij laat zien of zaken als orders, productie en werkgelegenheid groeien of krimpen ten opzichte van de vorige maand. Een score boven 50 wijst op groei, onder 50 op krimp.

Wat is de huidige stand van de Nederlandse industrie-PMI?

De Nevi PMI voor de Nederlandse productiesector stond in juli 2026 op 54,4, na 55,5 in juni. Daarmee bleef de index voor de veertiende maand op rij boven de 50. Het cijfer wordt elke maand vernieuwd, rond de eerste werkdag. De nieuwste stand vind je op de nieuwspagina van Nevi.

Betekent een PMI van 52 dat de economie met 2% groeit?

Nee. De PMI meet hoe breed een beweging is, niet hoe groot. Een 52 betekent dat per saldo iets meer bedrijven een toename melden dan een afname. Voor het groeipercentage heb je de bbp- en productiecijfers van het CBS nodig.

Wat is het verschil tussen de Nevi PMI en de eurozone-PMI?

De Nevi PMI meet alleen de Nederlandse productiesector. De PMI’s voor de eurozone verschijnen onder de naam HCOB PMI en dekken de hele muntunie, met aparte cijfers voor industrie, diensten en een samengestelde index. Voor bedrijven met veel export binnen Europa zijn beide reeksen relevant.

Waarom tellen langere levertijden positief mee?

Langere levertijden wijzen meestal op drukte bij leveranciers, en dat hoort bij een aantrekkende economie. Daarom wordt deze deelindex omgekeerd meegeteld in de hoofdindex. Bij verstoorde toeleveringsketens kan dat de PMI wel kunstmatig opdrijven.

Bronnen

Aanbevelingen

Relevante artikelen

Bekijk meer