emiddelde pensioenleeftijd 2025 CBS Nederland werknemers zelfstandigen
Algemeen

Nederlanders werken langer door: gemiddelde pensioenleeftijd in 2025 naar 66 jaar en 4 maanden

16 april
DoorMike
Mike

Mike is sinds 2024 de vaste redacteur achter Informatiegidsen Nederland. In die periode schreef hij meer dan 450 artikelen over een breed scala aan onderwerpen — van actueel nieuws en ondernemerschap tot tech, fin…

Bekijk volledige bio

In 2025 gingen ruim 100.000 werknemers met pensioen — de gemiddelde leeftijd waarop zij stopten met werken was 66 jaar en 4 maanden. Dat is bijna drie maanden hoger dan een jaar eerder, en het hoogste gemiddelde ooit gemeten door het Centraal Bureau voor de Statistiek. Bij zelfstandigen ligt de pensioenleeftijd nog ruim drie jaar hoger: 68 jaar en 9 maanden in 2023 (het laatst bekende jaar). En steeds meer werknemers werken door tot na hun AOW-leeftijd: waar in 2024 nog 46 procent voor het 67e jaar met pensioen ging, was dat in 2025 gedaald naar 40 procent. Waar komt deze stijging vandaan? En wat betekent het voor werknemers, werkgevers en zelfstandigen?

De cijfers, gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek in april 2026, laten een trend zien die al twee decennia consistent is: Nederlanders werken door tot een steeds hogere leeftijd. Waar in 2004 het gros van de werknemers voor het 62e jaar stopte, kiest anno 2025 minder dan 5 procent voor die weg. Vroegpensioenregelingen — ooit een vast onderdeel van collectieve arbeidsvoorwaarden — zijn na 2006 grotendeels afgeschaft. Wat rest is een systeem waarin de pensioenleeftijd langzaam maar zeker convergeert richting de AOW-leeftijd van 67 jaar.

In dit artikel zetten we op basis van CBS-data, pensioenwetgeving en actuele sectorontwikkelingen de trends op een rij, met concrete cijfers voor werknemers, zelfstandigen en verschillende sectoren.


De cijfers 2025

De belangrijkste feiten uit het CBS-onderzoek naar pensioenleeftijd in 2025:

  • Aantal gepensioneerde werknemers 2025: ruim 100.000 (was ~93.000 in 2024)
  • Gemiddelde pensioenleeftijd werknemers: 66 jaar en 4 maanden
  • Toename ten opzichte van 2024: 2,5 maanden hoger
  • AOW-leeftijd 2024 en 2025: 67 jaar (verhoogd in 2024)
  • Percentage werknemers dat vóór AOW-leeftijd stopte in 2025: 40 procent (was 46 procent in 2024)
  • Percentage werknemers dat na AOW-leeftijd doorwerkt: 12 procent
  • Aandeel vrouwen in de gepensioneerde populatie 2025: 45 procent (was 28 procent begin deze eeuw)

Voor zelfstandigen zijn de meest recente cijfers uit 2023: gemiddelde pensioenleeftijd 68 jaar en 9 maanden — bijna drie jaar hoger dan werknemers. Bij zelfstandigen ging 60 procent na de AOW-leeftijd met pensioen; bij werknemers slechts 12 procent.

Waarom stijgt de gemiddelde pensioenleeftijd?

Vier factoren verklaren de stijgende pensioenleeftijd:

1. Verhoging van de AOW-leeftijd Sinds 2013 loopt de gemiddelde pensioenleeftijd ongeveer gelijk op met de AOW-leeftijd. In 2024 werd de AOW-leeftijd voor het eerst verhoogd tot 67 jaar — en blijft daar tot en met 2027. Vanaf 2028 wordt de AOW-leeftijd verder verhoogd naar 67 jaar en 3 maanden. De AOW-leeftijd is gekoppeld aan de levensverwachting: elk jaar dat mensen langer leven, wordt de leeftijd theoretisch met 8 maanden verhoogd (in de praktijk in stappen).

2. Afschaffing vroegpensioenregelingen Tot 2006 waren vroegpensioenregelingen (VUT) fiscaal aantrekkelijk. Werknemers konden vaak vanaf hun 58e stoppen met werken, met minimale kortingen. Na de belastinghervorming van 2006 werden deze regelingen fiscaal onaantrekkelijk gemaakt (RVU-heffing) en grotendeels afgeschaft. In 2004 ging bijna 75 procent van de werknemers voor het 62e jaar met pensioen; in 2025 was dat minder dan 5 procent.

3. Toename langer werkende ouderen Werknemers boven de 55 zijn tegenwoordig veel actiever op de arbeidsmarkt dan twintig jaar geleden. In 2001 werkte 32 procent van de 55-plussers; in 2024 was dat 48 procent. Voor vrouwen is de stijging nog markanter — van 17 procent naar 46 procent. Meer oudere werknemers betekent automatisch een hogere gemiddelde pensioenleeftijd.

4. Krappe arbeidsmarkt houdt ouderen langer aan het werk De aanhoudende arbeidsmarktkrapte — vooral in sectoren als zorg, onderwijs en techniek — creëert prikkels voor werkgevers en werknemers om samen te blijven werken na de AOW-leeftijd. Werkgevers verlenen soms deeltijdcontracten, adviesrollen of bijzondere arrangementen voor ervaren medewerkers.

Sectorale verschillen

Niet alle sectoren zijn gelijk. De meest recente CBS-cijfers over sectorale pensioenleeftijden zijn uit 2024:

Vroegste pensioenleeftijden (2024):

  • Openbaar bestuur: 65 jaar en 4 maanden — de vroegst gepensioneerde sector
  • Zorg: rond 65 jaar en 8 maanden
  • Bouw: rond 65 jaar en 8 maanden
  • Onderwijs: rond 65 jaar en 9 maanden

Deze vier sectoren zijn samen goed voor meer dan de helft van alle werknemers die met pensioen gaan.

Latere pensioenleeftijden (2024):

  • Overige dienstverlening (advies, kunst, recreatie): 68 jaar en 1 maand — hoogste van alle sectoren
  • Landbouw, bosbouw en visserij: 67 jaar en 8 maanden
  • Overige zakelijke diensten: 67 jaar en 6 maanden

Waarom deze verschillen? Fysiek zware beroepen (bouw, zorg) laten weinig ruimte voor lang doorwerken. Kennisintensieve of zelfstandige beroepen (advies, kunst) leveren juist argumenten om door te gaan — vaak in deeltijd, als consultant of adviseur. De verschillen zullen naar verwachting groter worden met de invoering van de Wet Toekomst Pensioenen (Wtp), waardoor werknemers meer flexibiliteit krijgen in hun pensioen. Voor de bredere context zie ons artikel over het nieuwe Wtp pensioenstelsel voor werknemers.

Zelfstandigen versus werknemers

Het verschil tussen zelfstandigen en werknemers is opvallend groot: zelfstandigen stoppen gemiddeld drie jaar later dan werknemers. In 2023 (laatste beschikbare cijfers voor zzp’ers) ging de gemiddelde zelfstandige op 68 jaar en 9 maanden met pensioen. Zes op de tien zelfstandigen werkt door tot na de AOW-leeftijd.

Waarom werken zzp’ers zoveel langer door? Vier oorzaken:

  • Financiële noodzaak — veel zzp’ers hebben geen of onvoldoende pensioen opgebouwd via een collectieve regeling. Zelf pensioen sparen vraagt discipline en langetermijn-planning.
  • Bedrijfsopvolging — voor bedrijfseigenaren is stoppen vaak niet zomaar mogelijk; opvolging vraagt tijd en fiscale planning.
  • Werkplezier — veel zzp’ers werken in creatieve of adviserende beroepen waar werkplezier tot op hogere leeftijd blijft bestaan.
  • Flexibiliteit — zzp’ers kunnen hun uren en werkbelasting gemakkelijker afbouwen zonder helemaal te stoppen.

De Belastingdienst en het kabinet werken aan verplichte AOV (arbeidsongeschiktheidsverzekering) voor zzp’ers, gepland vanaf 2030. In datzelfde stelselperspectief zit ook een discussie over pensioenopbouw voor zelfstandigen. Voor de fiscale context van deze veranderingen zie ons artikel over fiscale wijzigingen 2027.

Vrouwen op de arbeidsmarkt

Een van de meest ingrijpende veranderingen achter de stijgende pensioenleeftijd is de toename van werkende vrouwen. In 2001 werkte 17 procent van de vrouwen tussen 55 en 75 jaar; in 2024 is dat opgelopen tot 46 procent. Het aandeel vrouwen onder werknemers van 55 jaar of ouder ging in dezelfde periode van 32 procent naar 48 procent — bijna een verdubbeling.

Deze verschuiving heeft direct impact op de pensioencijfers. In 2025 was 45 procent van de gepensioneerde werknemers vrouw — begin deze eeuw was dat nog 28 procent. Vrouwelijke werknemers stoppen wel gemiddeld 5 maanden jonger dan mannelijke werknemers. Verklarende factoren:

  • Deeltijdwerk — vrouwen werken vaker in deeltijd, waardoor pensioenopbouw soms krapper is en eerder stoppen aantrekkelijker wordt
  • Mantelzorgverplichtingen — vrouwen nemen vaker mantelzorg voor ouders of familie op zich, wat vroegtijdig stoppen soms noodzakelijk maakt
  • Historisch andere carrièrepatronen — oudere vrouwen hebben vaker carrièreonderbrekingen gehad, waardoor doorwerken tot AOW-leeftijd niet altijd financieel voordelig is

De verwachting is dat de kloof tussen mannen en vrouwen in de komende decennia verder zal afnemen naarmate opeenvolgende generaties vrouwen dezelfde carrièrepatronen volgen als mannen.

Van 61 naar 66 jaar

In slechts 20 jaar tijd is de gemiddelde pensioenleeftijd met meer dan vijf jaar gestegen. De ontwikkeling in cijfers:

Jaar Gemiddelde pensioenleeftijd AOW-leeftijd
2000-2006 61 jaar 65 jaar
2015 64 jaar en 2 maanden 65 jaar en 3 maanden
2017 Voor het eerst boven 65 jaar 65 jaar en 9 maanden
2020 65 jaar en 7 maanden 66 jaar en 4 maanden
2023 65 jaar en 8 maanden 66 jaar en 10 maanden
2024 66 jaar en 1,5 maand 67 jaar
2025 66 jaar en 4 maanden 67 jaar
2028 (planning) Verwachting 66,5+ 67 jaar en 3 maanden

Deze stijging is een van de snelste demografische verschuivingen in Nederlandse arbeidsgeschiedenis. Het einde van de opgaande lijn is nog niet in zicht: zolang de AOW-leeftijd gekoppeld blijft aan de levensverwachting, blijft de pensioenleeftijd meestijgen.

Het nieuwe pensioenstelsel en de toekomst

Nederland zit midden in de grootste pensioenhervorming in decennia. De Wet Toekomst Pensioenen (Wtp) is sinds 1 juli 2023 van kracht, met een overgangsperiode tot 1 januari 2028 waarin alle bestaande pensioenregelingen worden aangepast. De kern van de wet: van een collectief systeem met vaste toezeggingen naar een persoonlijk premiestelsel waarin ieder pensioen individueel wordt bijgehouden.

Voor de pensioenleeftijd heeft de Wtp indirecte gevolgen:

1. Meer flexibiliteit Werknemers kunnen straks makkelijker deeltijdpensioen opnemen. Iemand kan bijvoorbeeld op 65 jaar met 50 procent pensioen gaan, en op 68 jaar volledig stoppen. Dit maakt geleidelijk afbouwen aantrekkelijker.

2. Levenslang doorwerken lonender In het nieuwe stelsel bouwt elke euro premie een direct aandeel op in het collectieve vermogen. Elk extra werkjaar levert daardoor een concreet financieel voordeel op — anders dan in het oude stelsel waar toezeggingen soms werden afgetopt.

3. Betere transparantie Werknemers kunnen straks in real time zien welk vermogen voor hun pensioen is gereserveerd. Dit verhoogt de betrokkenheid en helpt bij beslissingen over eerder stoppen versus doorwerken.

Voor de bredere context van pensioenmarkt en hervorming zie ons artikel over het Wtp pensioenstelsel en de Wet toekomst pensioenen op DNB.

Wat betekent dit voor werknemers en werkgevers?

Voor werknemers die de laatste 10-20 jaar van hun carrière ingaan, betekenen deze cijfers vier concrete overwegingen:

1. Reken op langer doorwerken Wie in 2026 45 jaar oud is, zal statistisch pas rond zijn 67-68e met pensioen gaan. Financiële planning en gezondheid moeten daarop worden afgestemd. Een fysiek zwaar beroep aanhouden tot 67 is voor veel mensen niet realistisch — heroriëntatie naar minder belastend werk wordt vaker onvermijdelijk.

2. Overweeg deeltijdpensioen Met de nieuwe Wtp wordt geleidelijk stoppen aantrekkelijker. Overleg met je werkgever en pensioenuitvoerder over de mogelijkheden.

3. Duurzame inzetbaarheid actief managen Fysiek en mentaal fit blijven wordt belangrijker naarmate de pensioenleeftijd stijgt. Werkgevers zijn zich hier van bewust en bieden vaker programma’s aan voor gezond en productief doorwerken.

4. Doorwerken na AOW-leeftijd overwegen Voor werknemers zonder fysiek zware belasting kan doorwerken na de AOW-leeftijd financieel gunstig zijn. Vraag naar de vertegenwoordiging van je vakbond of pensioenadviseur over de fiscale gevolgen.

Voor werkgevers verschuiven verantwoordelijkheden:

  • Duurzame inzetbaarheid wordt een centrale strategische pijler
  • Kennismanagement en overdracht van ervaren naar jongere medewerkers moet actief worden gemanaged
  • Flexibele arbeidsvormen (deeltijd, gedetacheerd, adviseur) worden meer standaard
  • Investering in scholing van 55-plussers wordt onvermijdelijk

Lees ook


Veelgestelde vragen

Wat is de gemiddelde pensioenleeftijd in Nederland in 2025?

De gemiddelde pensioenleeftijd voor werknemers was in 2025 66 jaar en 4 maanden — het hoogste ooit gemeten door het CBS. Dat is ruim tweeënhalve maand hoger dan in 2024. In totaal gingen in 2025 ruim 100.000 werknemers met pensioen.

Wat is de AOW-leeftijd in 2026?

De AOW-leeftijd is in 2026 67 jaar, ongewijzigd sinds 2024. In 2027 blijft de AOW-leeftijd 67 jaar. Vanaf 2028 stijgt de AOW-leeftijd naar 67 jaar en 3 maanden. De AOW-leeftijd is wettelijk gekoppeld aan de gemiddelde levensverwachting en wordt periodiek herzien.

Waarom gaan zelfstandigen later met pensioen?

Zelfstandigen gaan gemiddeld drie jaar later met pensioen dan werknemers — in 2023 lag hun gemiddelde op 68 jaar en 9 maanden. Zestig procent van de zelfstandigen werkt door tot na de AOW-leeftijd, tegen slechts 12 procent van de werknemers. Belangrijkste redenen: onvoldoende pensioenopbouw, bedrijfsopvolgingsvraagstukken, werkplezier in creatieve of adviserende beroepen, en meer flexibiliteit in werkuren.

In welke sector wordt het langst doorgewerkt?

De hoogste pensioenleeftijd in Nederland is in de overige dienstverlening (advies, kunst, recreatie) met 68 jaar en 1 maand. Ook in de landbouw, bosbouw, visserij (67 jaar en 8 maanden) en overige zakelijke diensten (67 jaar en 6 maanden) wordt langer doorgewerkt. De vroegste pensioenleeftijd is in het openbaar bestuur met 65 jaar en 4 maanden.

Waarom zijn er zoveel meer vrouwen met pensioen dan vroeger?

In 2001 werkte slechts 17 procent van de vrouwen tussen 55 en 75 jaar; in 2024 is dat opgelopen tot 46 procent. Doordat meer vrouwen zijn gaan werken, gaan ook meer vrouwen met pensioen. In 2025 was 45 procent van de gepensioneerden vrouw — begin deze eeuw was dat 28 procent.

Kan ik met vervroegd pensioen gaan?

Ja, dat is mogelijk, maar meestal met financiële gevolgen. Wie voor de AOW-leeftijd stopt, ontvangt geen AOW-uitkering en moet leven van eigen pensioen, spaargeld of andere inkomsten. Voor werknemers is de RVU-heffing (regeling voor vervroegd uittreden) sinds 2006 afgeschaft — vroegpensioenregelingen bestaan grotendeels niet meer. In 2025 ging minder dan 5 procent van de werknemers voor het 62e jaar met pensioen.

Wat is deeltijdpensioen?

Deeltijdpensioen is de mogelijkheid om geleidelijk minder te werken en tegelijk deels pensioen op te nemen. Bijvoorbeeld: op 65 jaar 50 procent werken en 50 procent pensioen, en op 68 jaar volledig stoppen. Met het nieuwe pensioenstelsel (Wtp) wordt deeltijdpensioen makkelijker en aantrekkelijker. Overleg met je werkgever en pensioenuitvoerder over de mogelijkheden.

Wat is de Wet Toekomst Pensioenen (Wtp)?

De Wet Toekomst Pensioenen (Wtp) is de grootste pensioenhervorming in Nederland in decennia. In werking sinds 1 juli 2023, met een overgangsperiode tot 1 januari 2028. De kern: pensioen wordt persoonlijker en transparanter, met een individueel pensioenvermogen per werknemer in plaats van collectieve toezeggingen. Voor de details zie ons uitgebreide artikel over het Wtp pensioenstelsel voor werknemers.

Waar vind ik meer informatie?

Voor actuele CBS-cijfers over pensioenleeftijd: cbs.nl. Voor AOW-informatie: Sociale Verzekeringsbank (SVB). Voor pensioentransitie en Wtp: pensioenfederatie.nl en dnb.nl. Voor persoonlijk pensioenadvies: raadpleeg een gecertificeerd pensioenadviseur.


Relevante artikelen

Bekijk meer