Op 1 januari 2026 maakten 24 pensioenfondsen tegelijk de overstap naar de Wet toekomst pensioenen — waaronder drie van de vijf grootste fondsen van Nederland: PFZW (zorg), PMT (metaal en techniek) en BpfBouw. Samen met de fondsen die al eerder overstapten, valt nu ongeveer de helft van alle Nederlandse pensioenen onder het nieuwe stelsel. Voor 7 miljoen deelnemers en 1,4 miljoen gepensioneerden bij alleen al de twaalf grootste fondsen verandert er iets fundamenteels in hoe hun pensioen wordt berekend, gestort en verhoogd. De verwachte pensioenstijging voor gepensioneerden ligt rond de 12 procent — een van de grootste verhogingen in jaren.
De Wet toekomst pensioenen, kortweg Wtp, ging op 1 juli 2023 in. Maar voor de meeste werkende Nederlanders veranderde er destijds nog niets concreet. Dat veranderde in 2025 toen zes kleinere fondsen overstapten, en escaleerde op 1 januari 2026 toen tientallen grote fondsen tegelijk overgingen. Pensioenfondsen hebben uiterlijk tot 1 januari 2028 om in te varen — en daarna is het oude stelsel definitief verleden tijd.
Inhoudsopgave nieuwe pensioenstelsel 2026
Wat is er eigenlijk veranderd?
Het oude pensioenstelsel werkte met gemiddelde pensioenrechten. Werknemers en gepensioneerden zaten in een gezamenlijke pot, en de hoogte van hun pensioen werd berekend op basis van complexe gemiddelde-rekensommen waarvan je als deelnemer eigenlijk weinig snapte. Het nieuwe stelsel werkt met persoonlijke pensioenvermogens: elke deelnemer heeft zijn eigen potje, dat groeit door premie-inleg en beleggingsrendement.
De drie kernveranderingen:
- Persoonlijk pensioenvermogen — je ziet voortaan precies hoeveel geld er voor jou is opzij gezet, niet alleen welke pensioenaanspraak je hebt
- Eerlijker tussen generaties — jongeren betaalden in het oude stelsel relatief veel mee aan de pensioenen van ouderen. Dat is in het nieuwe stelsel gecorrigeerd
- Sneller mee met de economie — pensioenen kunnen sneller omhoog als het goed gaat (geen verplichte buffers meer), maar ook sneller omlaag bij tegenslagen
Voor wie zijn complete financiële planning wil herzien tegen de achtergrond van deze stelselwijziging, biedt onze pillar over belastingen voor ondernemers in Nederland een breder fiscaal kader, en de pillar over investeringsstrategieën voor Nederlandse beleggers een bredere blik op vermogensopbouw.
Welke fondsen stapten over op 1 januari 2026?
Per 1 januari 2026 voegen 24 fondsen zich bij de 6 die in 2025 al overstapten. De drie grootste die in 2026 overstapten:
PFZW — Pensioenfonds Zorg en Welzijn
Het op één na grootste pensioenfonds van Nederland, met 3 miljoen deelnemers in zorg, kinderopvang en welzijn. Dekkingsgraad eind 2025: 125,7 procent. Verwachte stijging voor gepensioneerden: circa 12 procent. Deelnemers worden tussen maart en mei 2026 geïnformeerd over hun nieuwe persoonlijke pensioenvermogen.
PMT — Pensioenfonds Metaal en Techniek
Met 1,3 miljoen deelnemers en 470 duizend gepensioneerden een van de grootste sectorfondsen. Dekkingsgraad eind 2025: 122,6 procent. Persoonlijke berekening voor deelnemers volgt in maart of april 2026.
BpfBouw — Bedrijfstakpensioenfonds Bouw
Beheert circa 70 miljard euro voor bijna 750 duizend deelnemers. Dekkingsgraad eind 2025: 141,0 procent — de hoogste van de grote fondsen. In juni 2026 ontvangen deelnemers een definitief overzicht van de stijging.
Andere fondsen die per 2026 overstapten
Bakkersbedrijf, Betonproductenindustrie, Cosun, Dierenartsen, Flexsecurity (Randstad Groep), Heineken, Horeca & Catering, KLM Algemeen, KLM Cabine, Koopvaardij, Levensmiddelenbedrijf, Oak (voorheen Meubel), Particuliere Beveiliging, Provisum (C&A), Rail & Openbaar Vervoer, Recreatie, Schilders-/Afwerkings-/Glaszetbedrijf, Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf, Shell Nederland (SNPS), Slagersbedrijf, STIPP (uitzendkrachten), Woningcorporaties (SPW), Zoetwarenindustrie en Zuivel- en aanverwante industrie.
En wat doet ABP?
Het grootste fonds van Nederland — ABP voor ambtenaren — stapt nog niet over per 2026. ABP verhoogt de pensioenen wel per 1 januari 2026 met 2,84 procent onder de oude regels, en is van plan om per 1 januari 2027 in te varen. De definitieve schatting van de nieuwe pensioenuitkering volgt in de tweede helft van 2026.
Wat is invaren precies?
Het woord dat je nu overal hoort is invaren — een term die fiscaal en juridisch het zwaartepunt vormt van de hele stelselwijziging.
Bij invaren worden je opgebouwde pensioenrechten omgezet naar het nieuwe systeem van persoonlijk pensioenvermogen. Dat gebeurt collectief en automatisch, bij hetzelfde pensioenfonds. Het bedrag dat voor jou wordt opzijgezet, is gebaseerd op:
- Jouw opgebouwde pensioenaanspraken in het oude stelsel
- Jouw leeftijd en de resterende beleggingshorizon
- De dekkingsgraad van het fonds op het moment van invaren
Bij fondsen met een hoge dekkingsgraad — denk aan BpfBouw met 141 procent — is er meer te verdelen dan strikt nodig is voor de oude aanspraken. Dat extra vermogen leidt vaak tot directe verhogingen na invaren.
Geen individueel bezwaarrecht
Een belangrijk juridisch detail: tegen het besluit tot invaren zelf is geen individueel bezwaarrecht. Het besluit wordt collectief genomen door sociale partners (vakbonden en werkgeversorganisaties) en het pensioenfondsbestuur. De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten houden toezicht.
Wel kun je bezwaar maken tegen de gevolgen van het invaren als je bijvoorbeeld vindt dat je pensioen verkeerd is berekend. Dat is een ander soort klacht, gericht op de uitvoering, niet op het besluit.
De twee regelingsvormen: SPR en FPR
In het nieuwe stelsel kennen pensioenfondsen twee mogelijke regelingsvormen. Welke vorm voor jou geldt, hangt af van wat jouw fonds en sociale partners hebben afgesproken.
Solidaire Premieregeling (SPR)
De meest voorkomende vorm bij grote sectorfondsen (PFZW, PMT, BpfBouw). Kenmerken:
- Collectief beleggen — het fonds belegt voor alle deelnemers samen
- Solidariteitsreserve — een buffer waaruit tegenslagen kunnen worden opgevangen
- Leeftijds-afhankelijk risico — jongeren dragen meer beleggingsrisico, ouderen minder
- Stabieler pensioen voor gepensioneerden door spreiding van rendementsschokken
Flexibele Premieregeling (FPR)
Meer voorkomend bij ondernemingspensioenfondsen en pensioenverzekeraars. Kenmerken:
- Eigen beleggingskeuzes mogelijk (meer of minder risico)
- Variabele uitkering vanaf pensioendatum als je dat kiest
- Meer transparantie over wat jouw vermogen waard is
- Iets meer schommeling in je uiteindelijke uitkering
Voor deelnemers die overgaan naar een FPR komt er soms een keuzemoment: stabiele (zo goed als vaste) uitkering of variabele uitkering. Het fonds informeert je hierover.
De verwachte verhogingen in 2026
Niet elk fonds verhoogt evenveel. De definitieve cijfers worden in de loop van 2026 bekendgemaakt — hieronder de verwachtingen begin 2026.
| Fonds | Status 2026 | Dekkingsgraad eind 2025 | Verwachte stijging |
|---|---|---|---|
| PFZW | Overgestapt | 125,7% | ~12% voor gepensioneerden |
| BpfBouw | Overgestapt | 141,0% | Forse stijging |
| PMT | Overgestapt | 122,6% | Wordt berekend |
| ABP | Nog oude stelsel | 123,5% | 2,84% indexatie |
| PME | Nog oude stelsel | 125,3% | 2,82% indexatie |
De pensioenstijgingen bij overgestapte fondsen worden niet direct in januari uitbetaald. De komende maanden worden de bedragen definitief doorgerekend — daarna volgt de verhoging met terugwerkende kracht.
Wat verandert er voor jou persoonlijk?
Voor elke deelnemer ligt het verhaal anders. Drie hoofdgroepen:
Werkenden onder de 67
Jij krijgt voortaan een persoonlijk pensioenvermogen dat groeit door premie-inleg en beleggingsrendement. Op mijnpensioenoverzicht.nl zie je voortaan duidelijker hoeveel er voor jou is opzij gezet. Het bedrag schommelt mee met beleggingen — meer dan in het oude stelsel.
Voor jongeren betekent dit doorgaans een hoger uiteindelijk pensioen, omdat er minder verplichte buffers zijn en rendement directer naar deelnemers vloeit.
Gepensioneerden
Voor wie al pensioen ontvangt, is de impact wisselend. Bij fondsen met hoge dekkingsgraden — zoals BpfBouw — stijgt de uitkering aanzienlijk. Bij fondsen die net invaren wordt het beleggingsrisico beperkt, en worden rendementsschokken over meerdere jaren gespreid. Dat geeft meer stabiliteit dan in het oude stelsel.
Slapers (oud-werknemers met pensioenrechten)
Mensen die ooit bij een fonds zaten en nog opgebouwde rechten hebben — bijvoorbeeld bij een vorige werkgever. Ook hun rechten worden ingevaren. Sommige fondsen kiezen ervoor om voor slapers iets extra pensioenvermogen toe te kennen, omdat zij anders soms achteruit zouden gaan in de overgang.
En als je ZZP’er of DGA bent?
Hier wordt het verhaal anders. ZZP’ers vallen meestal niet onder een verplicht pensioenfonds — je bouwt geen werkgeverspensioen op tenzij je dat zelf regelt. Onder de Wtp wordt de lijfrente-jaarruimte verhoogd, zodat ZZP’ers meer fiscaal voordelig kunnen sparen voor hun oude dag.
Voor wie als ZZP’er werkt onder de actuele handhaving van de Wet DBA en zijn eigen pensioenstrategie wil opzetten, is dit een van de strategische keuzes om mee te nemen. Voor DGA’s met een eigen BV geldt iets vergelijkbaars — pensioen in eigen beheer is sinds 2017 afgeschaft, dus opbouw moet via lijfrente, banksparen of beleggen. De DGA-salaris-regelgeving maakt het strategisch denken over pensioenopbouw extra belangrijk: bij een laag salaris bouw je ook minder pensioen op via box 1.
Waarom dit nieuwe stelsel er kwam
Het oude pensioenstelsel — dat in essentie sinds de jaren ’50 onveranderd bleef — paste niet meer bij hoe Nederlanders werken en leven. Drie redenen voor de hervorming:
- Mensen wisselen vaker van baan — het oude stelsel werkte goed bij langjarig dezelfde werkgever, maar minder bij wisselende dienstverbanden
- Mensen worden ouder — pensioenen moeten langer worden uitgekeerd, wat het oude systeem onder druk zette
- Generaties botsten — jongeren betaalden mee aan pensioenen van ouderen op een manier die niet meer redelijk leek
In 2019 stemden vakbonden, werkgevers en overheid in met het Pensioenakkoord. In 2023 werd de wet aangenomen. En 2026 is het jaar waarin het voor miljoenen werkenden en gepensioneerden eindelijk voelbaar wordt.
Wat moet je nu zelf doen?
Voor de meeste deelnemers: niet veel. Het invaren gebeurt automatisch, de berekeningen doen de fondsen. Maar drie acties zijn de moeite waard:
- Check je persoonlijke berekening zodra je fonds je informeert. Klopt het opgebouwde bedrag? Klopt je geboortedatum, je werkverleden, je deeltijdfactor?
- Bekijk mijnpensioenoverzicht.nl voor het totaalbeeld — niet alleen je huidige werkgever, maar al je opgebouwde rechten uit verleden bij andere werkgevers
- Verhoog je eigen pensioenopbouw als je een gat ziet. Voor investeringsstrategieën in Nederland geldt dat lijfrente, banksparen en beleggen elk hun rol kunnen spelen in vermogensopbouw voor de oude dag
Bij fundamentele twijfels over je berekening kun je een klacht indienen bij je pensioenfonds. Als die niet wordt opgelost, kun je naar de Klachteninstantie Financiële Dienstverlening (Kifid) of in extremis de rechter. Maar nogmaals: tegen het besluit tot invaren zelf is geen bezwaar mogelijk.
De AOW blijft ongewijzigd
Een veelvoorkomende misvatting: de Wtp raakt ook je AOW. Dat klopt niet. De AOW is de eerste pijler van het Nederlandse pensioenstelsel — het basispensioen van de overheid via de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Die regeling staat helemaal los van wat pensioenfondsen doen.
De AOW-leeftijd in 2026 is 67 jaar, en blijft daar voorlopig staan. Vanaf 2028 wordt de leeftijd automatisch aangepast aan de levensverwachting. De AOW-bedragen worden jaarlijks geïndexeerd, los van de Wtp.
De boodschap voor 2026 en verder
Het oude pensioenstelsel is op zijn laatste benen. Per 1 januari 2026 valt al bijna de helft van het Nederlandse pensioenvermogen onder de nieuwe regels. Op 1 januari 2027 voegt ABP zich naar verwachting bij de overgestapte fondsen. En in 2028 is iedereen overgestapt — daarna is het oude stelsel formeel verleden tijd.
Voor de meeste Nederlanders is dat goed nieuws. De voorlopige berekeningen voor 2026 laten forse pensioenstijgingen zien — een welkome verbetering na jaren van bevroren of slechts beperkte indexaties. Maar het nieuwe stelsel betekent ook meer transparantie en meer eigen verantwoordelijkheid: je ziet voortaan precies hoeveel jouw pensioenvermogen waard is, maar dat bedrag schommelt ook mee met de markt.
Wie nu zijn pensioenoverzicht checkt, snapt wat hij heeft, en weet wat er ontbreekt, kan veel beter sturen op zijn financiële toekomst dan de generatie die het oude stelsel als black box ervoer. En die transparantie is misschien wel de grootste winst van de hele Wtp.
Veelgestelde vragen
Wanneer stapt mijn pensioenfonds over op de Wtp?
Dat verschilt per fonds. Op 1 januari 2026 maakten 24 fondsen tegelijk de overstap, waaronder PFZW (zorg), PMT (metaal/techniek) en BpfBouw. Daarvoor waren in 2025 al 6 kleinere fondsen overgegaan. ABP (ambtenaren) volgt naar verwachting op 1 januari 2027. Uiterlijk op 1 januari 2028 moeten alle fondsen zijn overgestapt — dat is de wettelijke deadline.
Wat is invaren?
Invaren is het overhevelen van je opgebouwde pensioenrechten naar het nieuwe stelsel. Concreet betekent het: je oude pensioenaanspraken (die uitgedrukt waren in “ik krijg X euro per jaar vanaf 67”) worden omgezet in een persoonlijk pensioenvermogen (een geldbedrag dat voor jou is opzijgezet). Dat gebeurt collectief en automatisch — je hoeft niets te doen.
Heb ik bezwaarrecht tegen het invaren?
Tegen het besluit zelf niet. De wetgever heeft daar bewust voor gekozen om de overgang werkbaar te houden. Je kunt wel bezwaar maken tegen de berekening van je nieuwe pensioenvermogen als je vindt dat die fout is. Dat is een klacht over de uitvoering, niet over het besluit. Begin bij je pensioenfonds, dan eventueel Kifid, en uiterst de rechter.
Wat is het verschil tussen SPR en FPR?
SPR (Solidaire Premieregeling) is de standaard bij grote sectorfondsen zoals PFZW en PMT. Er is een collectieve solidariteitsreserve die tegenvallers opvangt. FPR (Flexibele Premieregeling) komt vaker voor bij ondernemingspensioenfondsen en biedt meer eigen keuzemogelijkheden — bijvoorbeeld over variabele of vaste uitkering. Welke vorm voor jou geldt, hangt af van wat jouw fonds heeft afgesproken.
Gaat mijn pensioen omhoog of omlaag?
Bij de meeste overgestapte fondsen gaat het pensioen in 2026 omhoog. Dat komt door de gunstige financiële situatie van veel fondsen (hoge dekkingsgraden) en het vervallen van verplichte buffers. PFZW verwacht circa 12 procent stijging voor gepensioneerden, BpfBouw nog meer. Maar de exacte cijfers verschillen per fonds en per persoon — wacht op je individuele brief in maart/april/mei 2026.
Verandert er ook iets aan de AOW?
Nee. De AOW is de eerste pijler van het pensioenstelsel — het basispensioen van de overheid. De Wtp raakt alleen de tweede pijler (pensioen via je werkgever). De AOW-leeftijd is in 2026 67 jaar en wordt vanaf 2028 automatisch aangepast aan de levensverwachting. Bedragen worden jaarlijks geïndexeerd.
Wat als ik ZZP’er ben?
ZZP’ers vallen meestal niet onder een verplicht pensioenfonds. Je bouwt dus geen werkgeverspensioen op tenzij je dat zelf regelt via lijfrente, banksparen of beleggen. De Wtp verhoogt wel de fiscale jaarruimte voor lijfrente, waardoor ZZP’ers meer onbelast kunnen sparen voor hun pensioen. Wie als ZZP’er werkt, moet zijn pensioenopbouw bewust plannen — niemand doet het automatisch voor je.
Wat als ik DGA ben?
Voor DGA’s geldt iets vergelijkbaars als voor ZZP’ers. Pensioen in eigen beheer is sinds 2017 afgeschaft, dus opbouw gaat via dezelfde routes: lijfrente, banksparen of beleggen. Daarbij is je DGA-salaris relevant — een te laag salaris betekent ook minder pensioenrechten in box 1. Voor de fiscale planning is overleg met een belastingadviseur vaak verstandig.
Wat doet ABP nu eigenlijk?
ABP (Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds) is het grootste pensioenfonds van Nederland met ruim 3 miljoen deelnemers. Het fonds is nog niet overgestapt naar de Wtp en blijft per 1 januari 2026 onder het oude stelsel. ABP verhoogt de pensioenen wel met 2,84 procent. De geplande overstap is per 1 januari 2027 — in de tweede helft van 2026 krijgen deelnemers een schatting van hun toekomstige pensioen onder het nieuwe stelsel.
Hoeveel krijg ik straks aan pensioen?
Dat is per persoon verschillend en hangt af van veel factoren: hoeveel je hebt opgebouwd, welk fonds je hebt, of je voltijd of deeltijd werkte, en hoe lang. Het beste startpunt is mijnpensioenoverzicht.nl — daar zie je het totaal van al je opgebouwde rechten, ook bij vorige werkgevers. Voor een geactualiseerde schatting onder het nieuwe stelsel: wacht op de brief van je fonds, of log in op je eigen pensioenfonds-portaal.
Wat als ik vragen heb of een fout vermoed?
Begin altijd bij je eigen pensioenfonds. Op hun website staan vaak uitgebreide FAQ’s en je kunt direct contact opnemen. Bij geschillen die je fonds niet oplost, kun je naar de Klachteninstantie Financiële Dienstverlening (Kifid). En voor algemene voorlichting biedt mijnpensioenoverzicht.nl ook persoonlijke advies-informatie.
Lees ook
- DGA-salaris 2026 — fiscale planning voor BV-eigenaren, ook rondom pensioen
- Wet DBA freelancers 2026 — strategische context voor ZZP’ers
- Box 3 vermogensbelasting 2027 — nieuw stelsel voor privé-vermogen
- Zelfstandigenaftrek en MKB-winstvrijstelling — fiscale voordelen voor IB-ondernemers
- Investeringsstrategieën voor Nederlandse beleggers — vermogensopbouw naast je pensioen
- Belastingen voor ondernemers in Nederland — complete fiscale gids
- Ondernemingsplan in Nederland — strategische planning voor ondernemers
- Fintech in Nederland — moderne tools voor financiële administratie
Bronnen