Inflatie daalt licht verder
De inflatie daalt licht verder en is in december 2025 uitgekomen op 2,8 procent. Dat betekent dat consumentengoederen en -diensten gemiddeld 2,8 procent duurder waren dan in dezelfde maand een jaar eerder. Het is een kleine daling ten opzichte van november, toen de inflatie nog 2,9 procent bedroeg. Geen spectaculaire beweging, geen abrupte breuk met de maanden ervoor, maar wel een teken dat de prijsdruk voorzichtig afneemt.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bevestigde daarmee ook de snelle raming die begin januari al werd gepubliceerd. Voor wie hoopte op een scherpere daling: die bleef uit. Maar voor wie vooral stabiliteit zoekt na een paar roerige jaren, voelt dit cijfer misschien juist als een vorm van rust.
Alles op een rijtje
Inflatie als graadmeter van het dagelijks leven
Inflatie klinkt abstract, bijna technisch. Een percentage, een grafiek, een lijn die stijgt of daalt. Maar achter dat cijfer schuilt het dagelijks leven. De boodschappen, de energierekening, een weekendje weg of juist het besluit om thuis te blijven. Het CBS meet inflatie via de consumentenprijsindex (CPI): een mandje van goederen en diensten dat representatief moet zijn voor wat huishoudens gemiddeld uitgeven.
Elke maand wordt gekeken hoe duur dat mandje is vergeleken met dezelfde maand een jaar eerder. Daarnaast kijkt het CBS ook naar de maand-op-maandontwikkeling. In december lagen de prijzen vrijwel op hetzelfde niveau als in november. Met andere woorden: er kwam nauwelijks extra druk bij.
Dat klinkt misschien saai. Maar na jaren waarin inflatie plotseling kon pieken, is ‘saai’ soms best prettig.
2025 in één cijfer samengevat: 3,3 procent

Met het decembercijfer is ook het gemiddelde over heel 2025 definitief. Over het hele jaar genomen waren consumentengoederen en -diensten 3,3 procent duurder dan in 2024. Dat ligt lager dan de extreme inflatiecijfers van eerdere jaren, maar het is nog altijd hoger dan wat lange tijd als ‘normaal’ werd beschouwd.
Voor veel huishoudens voelde 2025 dan ook dubbel. De grote schokken waren grotendeels voorbij, maar goedkoop werd het leven niet. Prijzen daalden zelden echt; ze stegen alleen minder hard. En dat verschil merk je pas na verloop van tijd, als lonen, uitkeringen en pensioenen mondjesmaat meebewegen.
Bungalowparken als onverwachte demper
Opvallend is welke factor in december het meeste bijdroeg aan de daling. Niet energie, niet boodschappen, maar iets veel onschuldigers: een verblijf in een bungalowpark.
In december 2025 waren de prijzen van bungalowparken 4,5 procent lager dan een jaar eerder. In november was die prijsdaling nog slechts 0,3 procent. Dat verschil heeft een relatief groot effect, omdat vakanties en recreatie een vaste plek hebben in het ‘mandje’ van het CBS.
Het laat zien hoe inflatie soms wordt beïnvloed door onverwachte hoeken van de economie. Waar veel mensen bij prijsdruk vooral denken aan de supermarkt of de benzinepomp, kan ook de recreatiesector ineens een rol spelen. Misschien omdat mensen kritischer boeken, misschien omdat aanbieders hun prijzen moesten aanpassen. Het CBS speculeert daar niet over, maar het effect is meetbaar.
Ook motorbrandstoffen drukken de inflatie
Naast bungalowparken hadden ook motorbrandstoffen een drukkend effect op de inflatie. Brandstofprijzen zijn traditioneel grillig. Ze reageren snel op geopolitieke spanningen, olieproductie, valutakoersen en seizoensinvloeden. In december pakten die bewegingen gunstig uit voor het inflatiecijfer.
Dat betekent niet automatisch dat iedereen het meteen voelde in de portemonnee. Wie weinig rijdt, merkt het nauwelijks. Wie dagelijks lange afstanden aflegt, misschien net iets meer. Maar op macroniveau telt elke cent mee.
Maand-op-maand: weinig beweging, wel nuance
Wie december vergelijkt met november ziet nauwelijks prijsverandering. Gemiddeld genomen bleven de prijzen voor consumenten vrijwel gelijk. Dat klinkt overzichtelijk, maar zulke vergelijkingen vragen altijd om nuance.
December is namelijk een maand met uitgesproken seizoenseffecten. Denk aan kleding in de uitverkoop, tijdelijke aanbiedingen rond de feestdagen of juist hogere prijzen voor bepaalde diensten. Die schommelingen zijn vaak tijdelijk en zeggen weinig over structurele trends.
Het CBS benadrukt daarom terecht dat een lagere prijs in de uitverkoop geen echte prijsdaling is. In januari kan hetzelfde kledingstuk zomaar weer duurder zijn. Inflatie gaat over de lange lijn, niet over de pieken en dalen van één maand.
Inflatie in Europa: Nederland boven het gemiddelde

Naast de nationale CPI publiceert het CBS ook inflatiecijfers volgens de Europees geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP). Deze index maakt internationale vergelijking mogelijk, omdat alle EU-landen dezelfde definities en methodes gebruiken.
Volgens de HICP waren consumentengoederen en -diensten in Nederland in december 2,5 procent duurder dan een jaar eerder. In november was dat nog 2,6 procent. Ook hier dus een lichte daling.
In de eurozone als geheel daalde de inflatie van 2,1 procent in november naar 2,0 procent in december. Daarmee lag de het in Nederland opnieuw hoger dan het Europese gemiddelde.
Waarom Nederland duurder blijft dan de eurozone
Dat verschil heeft meerdere oorzaken. Een belangrijke factor is energie. In de eurozone daalden energieprijzen op jaarbasis sterker dan in Nederland. Daarnaast stegen in Nederland de prijzen van industriële goederen, voedingsmiddelen, dranken, tabak en diensten harder dan gemiddeld in de eurozone.
Het zijn geen spectaculaire verschillen, maar ze stapelen zich op. Voor beleidsmakers zijn dit signalen om scherp te blijven. Voor consumenten betekent het vooral dat ‘goedkoper elders’ geen mythe is, maar een statistisch aantoonbaar gegeven.
CPI versus HICP: twee cijfers, twee perspectieven
Het bestaan van twee cijfers roept regelmatig vragen op. Welke is belangrijker? Welke moet je serieus nemen?
Het antwoord is: allebei, maar voor verschillende doeleinden. De CPI is de nationale maatstaf en sluit nauw aan bij de Nederlandse situatie. De HICP is bedoeld voor internationale vergelijking en wordt door de Europese Centrale Bank gebruikt voor het monetaire beleid.
Het belangrijkste verschil voor Nederland is dat de HICP geen rekening houdt met de kosten van het wonen in een eigen woning. De CPI doet dat wel, via een methode die is gebaseerd op huurprijzen. Dat verschil kan ertoe leiden dat de CPI hoger of lager uitvalt dan de HICP, afhankelijk van wat er gebeurt op de woningmarkt.
Vooruitblik: nieuw basisjaar vanaf 2026
Alsof de inflatie zelf nog niet complex genoeg is, verandert er vanaf 2026 ook methodologisch iets. De CPI en de HICP stappen dan over op een nieuw basisjaar: van 2015=100 naar 2025=100. Dat is een technische aanpassing, maar wel een belangrijke.
Bestaande cijfers worden daarbij niet herzien. Wel wordt de classificatie van goederen en diensten geactualiseerd, zodat deze beter aansluit bij hoe mensen tegenwoordig consumeren. Denk aan digitale diensten, abonnementsmodellen en veranderend reisgedrag.
Daarnaast zal de CPI vanaf 2026 meer aansluiten bij de HICP. De eerste cijfers volgens de nieuwe reeks verschijnen op 4 februari 2026. Voor wie graag in de details duikt, is er een uitgebreid methodedocument beschikbaar.
FAQ – Veelgestelde vragen over de inflatie in december 2025
Wat betekent een inflatie van 2,8 procent concreet?
Een inflatie van 2,8 procent betekent dat het gemiddelde prijsniveau 2,8 procent hoger ligt dan een jaar eerder. Het zegt niets over individuele producten, maar over het totaalplaatje van goederen en diensten.
Is de inflatie nu ‘onder controle’?
Het is duidelijk lager dan in piekjaren, maar nog niet op het lage niveau dat jarenlang gebruikelijk was. Van volledige rust is dus nog geen sprake, wel van stabilisatie.
Waarom hebben bungalowparken zoveel invloed op de inflatie?
Omdat recreatie en vakanties onderdeel zijn van het consumptiepakket dat het CBS gebruikt. Een sterke prijsdaling in die sector kan het totale inflatiecijfer merkbaar beïnvloeden.
Wat is het verschil tussen CPI en HICP?
De CPI is de nationale inflatiemaatstaf en houdt rekening met woonkosten van eigen woningen. De HICP is Europees geharmoniseerd en sluit die kosten uit, waardoor internationale vergelijking mogelijk is.
Waarom ligt de inflatie in Nederland hoger dan in de eurozone?
Dat komt onder andere door minder sterke dalingen in energieprijzen en hogere prijsstijgingen bij diensten en voedingsmiddelen dan het Europese gemiddelde.
Gaan prijzen nu ook echt dalen?
In de meeste gevallen niet. Lagere inflatie betekent vooral dat prijzen minder snel stijgen, niet dat ze structureel goedkoper worden.
Wat verandert er met het nieuwe basisjaar in 2026?
De manier van meten wordt gemoderniseerd en sluit beter aan bij actuele consumptiepatronen. De inflatiecijfers zelf worden daardoor niet lager of hoger, maar wel actueler gemeten.