De economie groeit. Althans, dat zeggen de cijfers.
Het bruto binnenlands product stijgt. Werkloosheid blijft relatief laag. En toch hoor je aan veel keukentafels een ander geluid: het voelt niet alsof het beter gaat.
Internationale rapporten van de OECD laten al langer zien dat economische groei en inkomensontwikkeling niet altijd gelijk oplopen, en dat de verdeling van die groei sterk bepaalt hoe huishoudens die ervaren. Groei kan statistisch aanwezig zijn, zonder dat koopkracht of financiële zekerheid evenredig toenemen.
Hoe kan dat? Hoe kan een economie groeien, terwijl huishoudens het gevoel hebben stil te staan — of zelfs achteruit te gaan?
Economische groei
Groei op papier, druk in de praktijk
Economische groei wordt meestal gemeten via het bbp: de totale waarde van goederen en diensten die een land produceert. Als dat cijfer stijgt, spreken we van groei.
Maar bbp-groei zegt weinig over hoe die groei wordt verdeeld.
Stijgen winsten sneller dan lonen? Dan profiteren bedrijven relatief meer dan werknemers. Groeien vermogens harder dan inkomens? Dan voelen huiseigenaren het effect eerder dan huurders.
Groei is een macro-indicator. Het gevoel van welvaart is persoonlijk.
En daar ontstaat frictie.
Inflatie vreet koopkracht
Een van de belangrijkste verklaringen is inflatie.
Zelfs wanneer lonen stijgen, betekent dat niet automatisch meer koopkracht. Als prijzen van energie, boodschappen, huur en verzekeringen sneller stijgen dan het inkomen, voelt groei als achteruitgang.
Inflatie werkt bovendien psychologisch sterker dan positieve loonontwikkeling. Mensen onthouden prijsstijgingen scherper dan inkomensverbeteringen.
Een salarisverhoging van 3 procent voelt bescheiden.
Een stijging van je energierekening van 15 procent voelt direct.
Dat verschil beïnvloedt het gevoel van economische vooruitgang.
Vaste lasten nemen disproportioneel toe
Huishoudens geven een steeds groter deel van hun inkomen uit aan vaste lasten.
Denk aan:
- Wonen
- Zorgverzekering
- Energie
- Belastingen
- Kinderopvang
Wanneer vaste kosten stijgen, blijft er minder over voor vrije bestedingen. En juist die vrije ruimte bepaalt het gevoel van financiële ademruimte.
Je kunt economisch gezien “meer verdienen”, maar als de ruimte om keuzes te maken kleiner wordt, voelt het alsof je minder hebt.
Vermogensgroei is ongelijk verdeeld
Een groot deel van de economische groei van de afgelopen jaren is terechtgekomen in vermogens: aandelenmarkten, vastgoed en bedrijfswinsten.
Dat betekent dat mensen met bezit sneller profiteren dan mensen die vooral afhankelijk zijn van loon.
Huiseigenaren zagen hun vermogen stijgen. Beleggers profiteerden van marktgroei. Maar wie geen vermogen bezit, merkt die groei nauwelijks.
Dat versterkt het gevoel van ongelijkheid — zelfs als de economie formeel groeit.
Productiviteitsgroei blijft achter
Op langere termijn wordt welvaart bepaald door productiviteit: hoeveel waarde een werknemer gemiddeld per uur creëert.
In veel westerse economieën groeit de productiviteit minder snel dan vroeger. Dat beperkt de ruimte voor structurele loonsverhogingen zonder inflatie te veroorzaken.
Het gevolg? Groei wordt minder voelbaar in individuele portemonnees.
En dat terwijl verwachtingen over welvaart hoog blijven.
De rol van onzekerheid
Zelfs als inkomens stabiel zijn, kan economische onzekerheid het gevoel van welvaart ondermijnen.
Oorzaken:
- Geopolitieke spanningen
- Energieprijzen
- Veranderende belastingregels
- Flexibele arbeidscontracten
Wanneer mensen onzeker zijn over hun baan of kosten in de toekomst, geven ze voorzichtiger uit.
Voorzichtigheid voelt niet als groei.
Economische groei is minder zichtbaar geworden
Vroeger werd economische vooruitgang vaak tastbaar: nieuwe infrastructuur, stijgende lonen, groeiende industrie.
Tegenwoordig zit groei vaker in digitale diensten, financiële markten of internationale handel. Dat maakt groei abstracter.
Als een technologiebedrijf groeit, betekent dat niet automatisch dat een lokaal huishouden dat merkt.
De afstand tussen macro-economie en dagelijks leven is groter geworden.
De middenklasse onder druk
Vooral de middenklasse ervaart dit spanningsveld.
Te veel inkomen voor toeslagen.
Te weinig vermogen om echt te profiteren van vermogensgroei.
Stijgende woonlasten en studiekosten drukken relatief zwaarder.
Dat creëert het gevoel dat economische vooruitgang niet meer vanzelfsprekend is.
Wat betekent dit voor beleid?
Beleidsmakers kijken vaak naar groeicijfers als succesindicator.
Maar als groei niet wordt gevoeld, ontstaat maatschappelijk onbehagen.
Dat zie je terug in:
- Discussies over koopkracht
- Debatten over belastingdruk
- Politieke verschuivingen
Economische cijfers zijn belangrijk. Maar vertrouwen in die cijfers is minstens zo belangrijk.
Is de groei dan waardeloos?
Nee.
Economische groei blijft cruciaal voor werkgelegenheid, innovatie en overheidsinkomsten.
Maar groei alleen is niet voldoende. De verdeling en perceptie ervan bepalen hoe die groei wordt ervaren.
Zonder brede koopkrachtverbetering blijft groei een abstract begrip.
Tot slot
De economie kan groeien zonder dat het beter voelt.
Dat is geen paradox. Het is een verschil tussen macro-economische indicatoren en micro-economische realiteit.
Zolang vaste lasten stijgen, vermogens ongelijk verdeeld blijven en onzekerheid hoog is, zal economische groei voor veel mensen minder tastbaar zijn.
En misschien is dat wel de kern van het debat: niet of de economie groeit, maar voor wie.
FAQ – Economische groei en koopkracht
Wat betekent economische groei precies?
Economische groei is de stijging van het bruto binnenlands product (bbp).
Waarom voel ik geen economische groei?
Door inflatie, stijgende vaste lasten en ongelijk verdeelde vermogensgroei.
Is inflatie de belangrijkste oorzaak?
Inflatie speelt een grote rol, vooral als lonen minder snel stijgen dan prijzen.
Profiteren bedrijven meer dan werknemers?
In sommige sectoren groeien winsten sneller dan lonen, wat invloed heeft op inkomensverdeling.
Kan economische groei ongelijkheid vergroten?
Ja, als de opbrengsten van groei vooral bij vermogensbezitters terechtkomen.