Sinds de legalisering van online gokken in oktober 2021 is er één grote winnaar: niet de spelers, niet de casino’s, maar de Nederlandse overheid. Die heeft namelijk in recordtempo haar nieuwste melkkoe gevonden. Volgens voorlopige cijfers van het CBS kwamen de overheidsinkomsten uit de kansspelbelasting in 2024 uit op een recordbedrag van 1 miljard euro. Nooit eerder bracht gokken de staat zóveel op. En dat terwijl het ooit nog als een “maatschappelijk risico” werd gezien. Tijden veranderen, vooral als er geld te verdienen valt.
Van moreel vraagstuk naar miljardenbusiness
De kansspelbelasting, ooit een vrij bescheiden inkomstenbron, is in rap tempo uitgegroeid tot een fiscale hoofdprijs. In 2019 haalde de overheid er nog zo’n 576 miljoen euro uit. Fast forward naar 2024: 1 miljard euro, een stijging van maar liefst drie kwart in vijf jaar tijd.
De reden? Simpel. De coronajaren (2020-2021) drukten de inkomsten omdat fysieke casino’s noodgedwongen dicht waren. Maar sinds de legalisering van online gokken in oktober 2021, is het hek van de dam. Plots kon iedereen – van student tot gepensioneerde – 24/7 digitaal een gokje wagen. En dat deden ze. Massaal.
De inkomsten uit de kansspelbelasting veerden op van 0,3 miljard euro in 2021 naar het miljardenniveau van vandaag. Volgens een raming van de Belastingdienst is daarvan in 2024 alleen al 0,4 miljard euro afkomstig uit online gokken.

Gokken als groeimarkt
Niet alleen de belastingopbrengst explodeerde. Ook de inzet van consumenten (oftewel: alles wat spelers inzetten minus wat ze terugwinnen) groeide als kool. In 2021 bedroegen die netto uitgaven 2,5 miljard euro. In 2023 was dat al opgelopen tot 4,4 miljard euro. Dat is geen bijzaak meer, dat is een industrie.
Volgens de Kansspelautoriteit is in 2023 al ruim een derde van de hele gokmarkt online. Dus terwijl de overheid zich naar buiten toe blijft afficheren als waakhond van de volksgezondheid, tikt ze met haar andere hand vrolijk miljoenenbonussen binnen. Geen belastingcategorie die zó snel groeit als die op gokken. En niemand bij de overheid die daar over klaagt.
Het tarief? Dat stijgt vrolijk mee
Waar eerst het motto was “gokken onder strikte voorwaarden”, blijkt nu vooral het rendement leidend. De kansspelbelasting is de afgelopen jaren al meerdere keren aangepast. In 2019 stond het tarief nog op 30,1 procent. In 2021 en 2022 werd het, als aanmoediging bij de legalisering van online gokken, tijdelijk verlaagd naar 29 procent, en verviel zelfs de drempel van 449 euro (pas vanaf dat bedrag moest je belasting betalen over prijzen). Cadeautje van de fiscus.
Maar zodra de markt lekker draaide, werd die versoepeling weer afgeschaft. In 2024 stond het tarief op 30,5 procent, maar per 1 januari 2025 gaat het verder omhoog naar 34,2 procent. En als het aan het kabinet ligt, volgt in 2026 nóg een verhoging, naar 37,8 procent. De overheid gokt niet – zij weet zeker dat de opbrengsten blijven stijgen.

Maatschappelijke gevolgen? Och, bijzaak.
Er wordt natuurlijk nog wat gesputterd over verslavingsrisico’s en problematisch gokgedrag. De Kansspelautoriteit roept af en toe iets over “zorgplicht” en “verantwoord spelen”. Maar ondertussen blijft het aantal gokaanbieders stijgen, blijven reclames opduiken waar ze niet zouden moeten, en blijven jongeren, sportfans en kwetsbare doelgroepen een aantrekkelijke markt.
De verslavingsproblematiek? Die komt vanzelf bij de zorg terecht. Dan is het weer een ander potje belastinggeld dat we kunnen aanspreken. Zo houdt het systeem zichzelf lekker draaiende.
De grote winnaar
Online gokken werd verkocht als een manier om “de markt te reguleren”, “illegaal aanbod tegen te gaan” en “consumenten te beschermen”. In werkelijkheid werd het vooral een verdienmodel. Niet voor de spelers – die verliezen over het algemeen – maar voor de aanbieders én vooral voor de Belastingdienst.
De staat verdient dus flink aan de gokdrift van haar burgers. Ze maakt zich hard voor een rookverbod bij bushaltes, maar laat ondertussen probleemloos miljoenen euro’s door gokbedrijven uit keiharde advertenties en psychologische trucs trekken. Alles voor die 30,5 procent (of straks 37,8).
Iedereen verliest, behalve de staat

De Nederlandse gokker verliest gemiddeld genomen altijd. Maar de overheid? Die wint elke keer. Dankzij online gokken is de kansspelbelasting uitgegroeid tot een miljardenmachine, waarbij iedere euro inzet uiteindelijk een deel richting de schatkist stroomt. De enige jackpot die gegarandeerd valt, is die van de staat.
Gokken mag risicovol zijn – maar voor de overheid is het vooral risicoloos verdienen.