Kort: in 2026 geldt een overbruggingsregeling voor box 3. Uw voorlopige aanslag rekent met fictieve rendementspercentages, maar u kunt later een lager werkelijk rendement aantonen via de tegenbewijsregeling. De Belastingdienst gebruikt peildatum 1 januari 2026 en vult veel gegevens al vooraf voor u in.
Kort samengevat:
- Voor de voorlopige aanslag gelden op basis van uw vermogen op 1 januari rendementen van 1,28% voor banktegoeden, 6,00% voor beleggingen en 2,70% voor schulden; het belastingtarief blijft 36%.
- Gebruikt u zelf een tweede woning, dan telt vanaf 2026 een fictief rendement op basis van de WOZ waarde mee, tenzij u kiest voor een berekening op basis van werkelijk gebruik.
- Bij tegenbewijs tellen rente, dividend, huur en waardeveranderingen mee; kosten zijn niet aftrekbaar, behalve schuldrente, en verlies leidt hoogstens tot een inkomen in box 3 van nihil.
- Spaarders kunnen voordeel hebben als hun werkelijke renteopbrengst onder 1,28% blijft, terwijl beleggers met rendement boven 6,00% doorgaans beter uit zijn met de forfaitaire berekening.
- Controleer vooraf ingevulde gegevens en vul ontbrekende posten, zoals buitenlandse woningen, zelf aan; bewaar jaaroverzichten en bewijsstukken voor een complete aanvraag van de Opgaaf Werkelijk Rendement.
Inhoudsopgave
- Wat verandert er concreet in 2026?
- Hoe berekent u uw box 3 voor 2026 stap voor stap?
- Hoe werkt de tegenbewijsregeling en de Opgaaf Werkelijk Rendement?
- Wie betaalt in 2026 meer of minder?
- Welke politieke stappen volgen er nog richting 2028?
- Wat moet u in 2026 direct doen voor uw aangifte?
- Waarom nauwkeurigheid nu telt
- Zichtbaarheid voor belastingadviseurs en financiële experts
- Veelgestelde vragen
- Bronnen
Wat verandert er concreet in 2026?
Het kabinet werkt toe naar een stelsel op basis van werkelijk rendement, maar dat systeem gaat pas in 2028 in. 2026 is dus een overgangsjaar: de overbruggingswetgeving blijft van kracht en de Belastingdienst rekent voorlopig met vaste percentages per vermogenscategorie.
Nieuw voor 2026 is de bijtelling voor eigen gebruik van een tweede woning. Gebruikt u een woning die niet uw hoofdverblijf is zelf, dan telt een vastgesteld percentage van de WOZ-waarde mee als fictief rendement, tenzij u kiest voor een berekening op basis van werkelijk gebruik.
Wat de Belastingdienst voor u probeert vooraf in te vullen:
- Saldi van bank- en spaarrekeningen die banken automatisch doorgeven.
- Waarden van beursgenoteerde beleggingen bij bekende brokers.
- WOZ-waarden van onroerend goed op basis van de gemeentelijke beschikking.
- Hypotheekschulden en andere geregistreerde leningen.
Zelf aangeleverde posten, zoals niet-geregistreerde vorderingen of een tweede woning in het buitenland, moet u nog altijd controleren en zo nodig aanvullen.
Hoe berekent u uw box 3 voor 2026 stap voor stap?
Voor de voorlopige aanslag van 2026 gebruikt de Belastingdienst vaste rendementspercentages per vermogenscategorie: banktegoeden 1,28%, beleggingen en overige bezittingen 6,00%, en schulden 2,70%. Peildatum is steeds 1 januari van het belastingjaar, dus voor 2026 telt uw vermogen op 1 januari 2026.
De rekenstappen lopen als volgt:
- Tel uw bezittingen op peildatum 1 januari 2026 bij elkaar op (spaargeld, beleggingen, tweede woning).
- Trek uw schulden af, verminderd met de schuldendrempel.
- Bereken het forfaitaire rendement per categorie met de percentages hierboven.
- Trek het heffingsvrij vermogen af van de grondslag.
- Bereken 36% belasting over het resterende box 3-inkomen.
Stel, u heeft €150.000 spaargeld en geen schulden. Na aftrek van het heffingsvrij vermogen van €59.357 resteert een grondslag van ongeveer €90.643, waarover u forfaitair rendement berekent naar rato van de categorieverdeling.
Het tarief van 36% blijft voor 2026 ongewijzigd, bevestigt de Belastingdienst, samen met een heffingsvrij vermogen per persoon en een schuldendrempel van €3.800. Dat betekent dat uw belastingdruk vrijwel volledig afhangt van hoe uw vermogen over de drie categorieën verdeeld is.

Hoe werkt de tegenbewijsregeling en de Opgaaf Werkelijk Rendement?
Na de uitspraken van de Hoge Raad mag u aantonen dat uw werkelijke rendement lager lag dan het forfaitaire rendement. De Belastingdienst werkt hiervoor aan het formulier Opgaaf Werkelijk Rendement, kortweg OWR.
Belangrijke punten bij het indienen:
- Zowel direct rendement (rente, dividend, huur) als indirect rendement (waardestijging) telt mee.
- Kosten zijn niet aftrekbaar, met uitzondering van rente op schulden.
- U moet uw eigen administratie compleet en consistent aanleveren: bankafschriften, dividendoverzichten, WOZ-mutaties en huurcontracten.
- Negatief rendement in een jaar levert geen teruggaaf op, maar wel een nihilstelling van het box 3-inkomen voor dat jaar.
Pro-tip: Bewaar uw jaaroverzichten en transactiehistorie per kalenderjaar apart, zodat u bij een eventuele OWR-aanvraag niet achteraf hoeft te puzzelen met oude afschriften.
Wie betaalt in 2026 meer of minder?
De uitkomst hangt sterk af van uw vermogenssamenstelling. Drie herkenbare situaties:
- Spaarder met een hoog spaarsaldo: bij lage spaarrentes ligt het werkelijke rendement vaak onder de 1,28%, waardoor tegenbewijs voordeel oplevert.
- Belegger met koerswinst: bij een goed beursjaar ligt het werkelijke rendement vaak boven 6,00%, waardoor het fictieve percentage juist voordeliger uitpakt en tegenbewijs geen zin heeft.
- Eigenaar van een tweede woning met eigen gebruik: de nieuwe bijtelling op basis van de WOZ-waarde kan de belastingdruk verhogen, zeker bij woningen die weinig verhuurd worden.
Reken uw eigen situatie na met de stappen uit de vorige sectie: alleen dan weet u of tegenbewijs voor u loont.
Welke politieke stappen volgen er nog richting 2028?
Het definitieve stelsel voor werkelijk rendement moet volgens de huidige planning op 1 januari 2028 ingaan, maar de route daarnaartoe ligt nog niet volledig vast.
- Kamerbrieven en voortgangsrapportages van het kabinet schetsen scenario’s voor zowel een vermogensaanwasbelasting als een vermogenswinstbelasting.
- Het wetsvoorstel moet nog door beide Kamers en kan onderweg wijzigen op onderdelen zoals tarief en vrijstelling.
- Uitvoerbaarheid door de Belastingdienst blijft een aandachtspunt, wat vertraging van de invoeringsdatum niet uitsluit.
- Parameters zoals het heffingsvrij vermogen en de percentages voor 2027 worden pas definitief bij het volgende Belastingplan vastgesteld.
Voor 2026 verandert dit niets aan de geldende regels, maar het is reden om uw administratie dit jaar al op orde te brengen.
Wat moet u in 2026 direct doen voor uw aangifte?
Een paar gerichte acties voorkomen vertraging en gemiste besparing:
- Controleer uw voorlopige aanslag op de vooraf ingevulde bedragen en vergelijk die met uw eigen overzichten.
- Verzamel bankafschriften, dividendnota’s en jaaroverzichten van uw beleggingsrekeningen.
- Check de WOZ-waarde van elke onroerende zaak en teken bezwaar aan bij een afwijking.
- Bewaar huurcontracten en huurbetalingen als u een tweede woning verhuurt.
- Bepaal of tegenbewijs via de Opgaaf Werkelijk Rendement voor u voordeel oplevert, aan de hand van de casussen hierboven.
- Raadpleeg bij twijfel over uw specifieke situatie een belastingadviseur, vooral bij gemengd vermogen of een woning in het buitenland.
Pro-tip: Dien bezwaar tegen uw voorlopige aanslag pas in nadat u uw werkelijke rendement volledig heeft onderbouwd: een onvolledige OWR-aanvraag vertraagt de afhandeling.
Waarom nauwkeurigheid nu telt
2026 is het jaar waarin uw administratie het verschil maakt tussen een hogere of lagere aanslag. Wie nu documenten ordent en de regels begrijpt, staat sterker wanneer het stelsel vanaf 2028 opnieuw verandert. Actuele, betrouwbare bronnen zijn daarbij onmisbaar: ons dossier over de box 3-hervorming voor 2027 en 2028 houden we doorlopend bij.
— Mike
Zichtbaarheid voor belastingadviseurs en financiële experts
Veel lezers die dit artikel raadplegen, zoeken ook een adviseur die hen door de overgangsregels kan loodsen. We bieden bedrijfsprofielen, expertartikelen en thematische contentpagina’s waarmee belastingadvieskantoren en financiële specialisten hun kennis zichtbaar kunnen maken voor precies deze doelgroep.

Een eigen bedrijfsprofiel of expertartikel op een geschikt platform plaatst uw kantoor naast actuele, veelgelezen dossiers, met directe distributie via nieuwsbrieven en kanalen. Voor adviesbureaus die hun online zichtbaarheid willen versterken, is een website voor belastingadvieskantoren van Adworth een praktische aanvulling naast redactionele plaatsing bij ons. Bekijk de mogelijkheden en vraag een bedrijfsprofiel of expertartikel aan.
Dit artikel bevat algemene informatie en vervangt niet het advies van een gekwalificeerde financieel adviseur. Raadpleeg een gekwalificeerde financiële professional over uw eigen situatie voordat u op basis van deze inhoud handelt.
Veelgestelde vragen
Wat is het belastingtarief in box 3 in 2026?
Het tarief in box 3 bedraagt voor 2026 36% over het box 3-inkomen. Dit percentage geldt na aftrek van het heffingsvrij vermogen van €59.357 per persoon.
Hoeveel belasting betaalt u over 100.000 euro aandelen?
Voor een belegging rekent de Belastingdienst voorlopig met een fictief rendement van 6,00%, volgens de voorlopige percentages voor 2026.
Wat zijn de gevolgen voor buitenlandse belastingplichtigen in box 3?
Buitenlandse belastingplichtigen met Nederlands vermogen, zoals een tweede woning, vallen onder dezelfde forfaitaire percentages en kunnen eveneens tegenbewijs leveren via de Opgaaf Werkelijk Rendement. Voor specifieke situaties, zoals verdragstoepassing, raadt de Belastingdienst aan contact op te nemen of een adviseur te raadplegen.
Gaat de belasting in box 3 in 2026 omhoog?
Het tarief van 36% en het heffingsvrij vermogen van €59.357 blijven in 2026 ongewijzigd ten opzichte van de regels uit de overbruggingswetgeving. Of u zelf meer betaalt, hangt af van uw vermogenssamenstelling en van de nieuwe bijtelling bij eigen gebruik van een tweede woning.
Bronnen
- Hoe is het box 3-inkomen op mijn voorlopige aanslag 2026 berekend? | Belastingdienst
- Tijdlijn Wet werkelijk rendement box 3 | Rijksoverheid