Loontransparantie
Economisch

EU-Loontransparantierichtlijn vanaf 1 januari 2027: wat elke Nederlandse werkgever nu moet weten

24 juni
DoorMike
Mike

Mike is sinds 2024 de vaste redacteur achter Informatiegidsen Nederland. In die periode schreef hij meer dan 450 artikelen over een breed scala aan onderwerpen — van actueel nieuws en ondernemerschap tot tech, fin…

Bekijk volledige bio

Op 21 mei 2026 diende minister Hans Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het wetsvoorstel in om de Europese Richtlijn Loontransparantie (Richtlijn EU 2023/970) in Nederlandse wetgeving om te zetten. Per 1 januari 2027 — zes maanden vanaf nu — gelden er nieuwe regels voor vrijwel elke Nederlandse werkgever. Salarisbandbreedtes verplicht in vacatures, geen vragen meer naar het laatstverdiende salaris, een rapportageplicht voor organisaties met meer dan 100 werknemers, en een omgekeerde bewijslast bij verdenking van loondiscriminatie. De wet raakt de hele Nederlandse arbeidsmarkt — niet alleen grote bedrijven. En de Europese Commissie heeft Nederland al expliciet geweigerd om verder uit te stellen, wat betekent dat werknemers zich nu al op de richtlijn kunnen beroepen via Nederlandse rechters.

De achtergrond is helder. In de Europese Unie verdienen vrouwen gemiddeld nog steeds zo’n 11 procent minder per uur dan mannen. In Nederland bedroeg dat verschil in 2024 volgens CBS-cijfers in het bedrijfsleven 14,5 procent — dus aanzienlijk meer dan het EU-gemiddelde. Die loonkloof werkt door in carrièreverloop, pensioenopbouw en uiteindelijk levensloop. De EU besloot in mei 2023 dat het gebrek aan transparantie de belangrijkste oorzaak is: als werknemers niet weten wat collega’s verdienen, blijven verschillen onder de radar. Met de Richtlijn Loontransparantie wil de EU werkgevers verplichten hun beloningsbeleid objectief en uitlegbaar te maken.

Voor Nederlandse werkgevers betekent dit een fundamentele verandering. Niet alleen administratief — vooral cultureel. Beloning was tot nu toe vaak een black box: onderhandelbaar, persoonlijk, soms geheim. Vanaf 2027 wordt dat anders. En wie nu wacht, kan straks moeilijke gesprekken voeren met werknemers die plotseling cijfers in handen krijgen die ze niet eerder hadden.

Inhoudsopgave

Het wetsvoorstel in vogelvlucht

De Wet implementatie Richtlijn loontransparantie mannen en vrouwen — zoals het wetsvoorstel formeel heet — wijzigt drie bestaande Nederlandse wetten: de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) en de Wet op de ondernemingsraden (WOR). Het wetsvoorstel ligt sinds 21 mei 2026 bij de Tweede Kamer.

Nederland koos bewust voor een 1:1-implementatie van de Europese richtlijn. Dat betekent: alleen de elementen die strikt nodig zijn om aan de EU-verplichting te voldoen, zonder eigen toevoegingen. Het doel is de administratieve lasten voor werkgevers zoveel mogelijk te beperken.

Waarom Nederland te laat is

De oorspronkelijke EU-deadline was 7 juni 2026 — minder dan twee weken geleden. Nederland heeft die deadline niet gehaald. De Europese Commissie, geconfronteerd met dit verzoek tot uitstel, weigerde om Nederland extra tijd te geven. Dat heeft directe gevolgen voor de juridische situatie:

  • Werknemers kunnen zich vanaf 7 juni 2026 al beroepen op de directe werking van de richtlijn
  • Nederlandse rechters moeten bestaande wetgeving zoveel mogelijk uitleggen in lijn met de Europese regels
  • Het Europese principe van “gelijk loon voor gelijk werk” (artikel 157 VWEU) heeft directe werking

Met andere woorden: technisch gezien is een deel van de richtlijn al van kracht. De formele Nederlandse wet komt op 1 januari 2027.

De drie kernverplichtingen

De richtlijn introduceert drie hoofdverplichtingen die in verschillende mate gelden voor verschillende werkgevers.

Verplichting 1: objectieve en genderneutrale loonvaststelling

Elke werkgever — ongeacht de grootte — moet kunnen aantonen dat het beloningsbeleid gebaseerd is op objectieve criteria. Dat betekent: een functiewaarderingssysteem dat genderneutraal is, criteria die uitlegbaar zijn, en een proces dat reproduceerbaar is.

Voor sommige sectoren is dit al ingericht — woningcorporaties met het Handboek Functie-indeling Woondiensten (CATS®), of organisaties met cao-gebonden loonschalen. Voor anderen — vooral het MKB zonder formele HR-functie — wordt dit een nieuwe verplichting.

Verplichting 2: transparantie naar sollicitanten en werknemers

Hier zit de meest in het oog springende verandering. Werkgevers moeten:

  • Salaris of salarisbandbreedte vermelden in vacatures of vroeg in het sollicitatieproces
  • Geen vragen meer stellen naar het huidige of laatstverdiende salaris van sollicitanten
  • Werknemers informeren over criteria voor loongroei en bevordering (vanaf 50 medewerkers)
  • Op verzoek inzicht geven in het gemiddelde loon van collega’s met gelijkwaardig werk

Dat laatste is fundamenteel anders dan nu. Werknemers krijgen het recht om te vragen: “Wat verdient het gemiddelde lid van mijn functiegroep, uitgesplitst naar geslacht?” En de werkgever moet die informatie geven.

Verplichting 3: rapportageplicht (vanaf 100 werknemers)

Hier komt de echte administratieve last. Werkgevers met meer dan 100 werknemers moeten regelmatig rapporteren over de loonkloof binnen hun organisatie. Bij verschillen van 5 procent of meer die niet objectief verklaarbaar zijn, moet binnen zes maanden actie worden ondernomen — anders volgt een verplichte gezamenlijke beloningsevaluatie met de ondernemingsraad.

Welke verplichtingen gelden voor welke werkgever?

De wet kent een gefaseerde aanpak op basis van bedrijfsgrootte. Hieronder per categorie wat er gaat gelden.

Alle werkgevers (ongeacht omvang)

Drie kernverplichtingen gelden voor iedereen — van eenmanszaak met één werknemer tot multinational:

  • Genderneutrale vacatures — geen “salesman gezocht”, maar “verkoper gezocht”
  • Salarisinformatie vooraf — vacatures moeten startsalaris of bandbreedte vermelden
  • Geen vragen naar salarisverleden — niet bij de sollicitatie, niet via achterhouding van andere kanalen

Daarnaast: werkgevers moeten een beloningsbeleid hebben dat gebaseerd is op objectieve, genderneutrale criteria.

Werkgevers met 50+ medewerkers

Bovenop het bovenstaande:

  • Inzicht in criteria voor loonontwikkeling — werknemers krijgen toegang tot de regels die bepalen hoe iemand een hoger salaris kan krijgen
  • Transparantie over promotiecriteria — wanneer en hoe iemand kan doorgroeien

Voor groeiende ondernemingen die hun zakelijke groei systematisch willen aanpakken, is de drempel van 50 medewerkers belangrijk om in de gaten te houden.

Werkgevers met 100-149 medewerkers

Rapportageplicht eens per drie jaar, eerste rapport uiterlijk 7 juni 2031. Dat klinkt ver weg, maar de gegevens over loonverschillen moeten in 2030 al verzameld zijn.

Werkgevers met 150-249 medewerkers

Rapportageplicht eens per drie jaar, eerste rapport in 2027. Door de afwijzing van Nederlands uitstel door de Europese Commissie kan deze plicht mogelijk al gelden over kalenderjaar 2026 in plaats van 2027.

Werkgevers met 250+ medewerkers

Jaarlijkse rapportageplicht, eerste rapport in 2027 (mogelijk al over 2026). Deze grote werkgevers krijgen het zwaarst te maken met de nieuwe regels:

  • Aandeel mannelijke en vrouwelijke werknemers per loonklasse
  • Gemiddelde en mediane loonkloof in basissalaris
  • Loonkloof in aanvullende of variabele beloning
  • Aandeel mannen en vrouwen dat variabele beloning ontvangt

De rapportages worden publiek beschikbaar via een website van het ministerie van SZW. Werkgevers, sectoren en bedrijfstakken worden onderling vergelijkbaar.

De 5-procent-grens: wanneer wordt het ernstig?

Het hart van de handhaving zit in één getal: 5 procent. Wanneer uit de rapportage blijkt dat er een ongerechtvaardigd loonverschil van 5 procent of meer bestaat binnen een functiegroep, en dit niet binnen zes maanden objectief verklaard of opgelost kan worden, dan volgt een verplichte gezamenlijke loonevaluatie.

Wat houdt een loonevaluatie in?

De werkgever moet samen met de ondernemingsraad (of personeelsvertegenwoordiging):

  • De oorzaken van het loonverschil analyseren
  • Een plan van aanpak opstellen om de ongerechtvaardigde verschillen op te lossen
  • Het resultaat documenteren en beschikbaar maken voor werknemers en het monitoringsorgaan
  • Een redelijke termijn afspreken voor implementatie

De loonevaluatie wordt geen vrijblijvend document. Het wordt actief gebruikt door werknemers die menen onderbetaald te worden, door de Arbeidsinspectie bij controles, en door de pers — die nu een publiek raadpleegbare gegevensbron krijgt.

Bewijslast omgekeerd

Een fundamentele juridische verandering die veel werkgevers nog niet doorhebben: de bewijslast verschuift. Wanneer een werknemer vermoedt dat hij of zij minder verdient om discriminerende redenen, is het straks aan de werkgever om aan te tonen dat dit niet zo is. Niet aan de werknemer om discriminatie te bewijzen.

Voor werkgevers betekent dit: documenteer en motiveer elke loonbeslissing. Wie dat niet doet, staat in een rechtszaak op achterstand. Dat is een fundamenteel andere positie dan onder de huidige Nederlandse arbeidsrechtspraktijk.

De fiscale en organisatorische impact

Voor Nederlandse ondernemers die hun bedrijfsstructuur strategisch willen inrichten, heeft de Loontransparantierichtlijn meerdere praktische consequenties.

Stijgende loonkosten

Een directe consequentie die in onderzoeken al wordt voorspeld: het herstellen van ongerechtvaardigde loonverschillen leidt vrijwel altijd tot omhoog corrigeren. Werkgevers verlagen zelden lonen om de kloof te dichten; ze verhogen de onderbetaalde groep.

Voor bedrijven met significante interne loonverschillen kan dit een merkbare stijging van de totale loonsom betekenen. In sommige sectoren — vooral in dienstverlening en kantoor — kan dit oplopen tot 2 à 4 procent van de totale loonkosten.

Heroverweging functiewaardering

Veel Nederlandse MKB-werkgevers gebruiken geen formeel functiewaarderingssysteem. Salarissen zijn historisch ontstaan, vaak via cao’s of door onderhandeling bij indiensttreding. Onder de nieuwe wet moet je kunnen aantonen dat je beloningsbeleid objectief is. Dat betekent in de praktijk dat veel werkgevers alsnog een functiewaarderingssysteem moeten implementeren — bijvoorbeeld via Hay, FUWA, CATS, of een eigen systematiek.

Voor wie zijn fiscale positie strategisch wil bekijken, zijn investeringen in een functiewaarderingssysteem doorgaans aftrekbaar als zakelijke kosten.

Aanpassing personeelsadministratie

De rapportageplicht vereist dat werkgevers hun loongegevens gestructureerd kunnen aanleveren — uitgesplitst per geslacht, per functiegroep, per beloningscomponent. Veel salarisadministratiesoftware moet hiervoor worden uitgebreid. Salarispakketten zoals Nmbrs, Loket, Visma en AFAS zijn al bezig met functionaliteit voor automatische loonkloofrapportages.

Risico’s bij niet-naleving

De handhaving wordt serieus. Drie hoofdrisico’s:

Risico 1: Loonvorderingen door werknemers

Werknemers krijgen het wettelijke recht op volledige compensatie bij ongerechtvaardigde loonverschillen — inclusief loon met terugwerkende kracht, rentekosten en eventuele schade. De omgekeerde bewijslast maakt dat werkgevers in deze procedures vaak op achterstand staan.

Risico 2: Boetes door de Arbeidsinspectie

De Arbeidsinspectie krijgt expliciet de bevoegdheid om boetes op te leggen bij niet-naleving. Voorgenomen tarieven liggen tussen €1.000 en €5.000 per overtreding, met de mogelijkheid van verhoging bij recidive. Belangrijker dan de boetes: ze worden openbaar gemaakt, wat reputatieschade kan veroorzaken.

Risico 3: Reputatieschade

Doordat rapportages publiek raadpleegbaar worden, ontstaat een nieuwe vorm van werkgeversbeoordeling. Bedrijven met grote ongerechtvaardigde loonkloven worden zichtbaar voor sollicitanten, klanten, journalisten en concurrenten. In een krappe arbeidsmarkt is dat een serieus risico voor je werkgeversmerk en het werven van personeel.

Voor wie geldt dit echt? Het MKB-perspectief

Een veelvoorkomende misvatting: “Loontransparantie is alleen voor grote werkgevers.” Dat klopt deels — de rapportageplicht geldt vanaf 100 werknemers. Maar drie andere verplichtingen raken iedere werkgever:

  • Salarisinformatie in vacatures (vanaf de eerste werknemer)
  • Geen vragen naar salarisverleden (vanaf de eerste werknemer)
  • Objectief, genderneutraal beloningsbeleid (vanaf de eerste werknemer)

Daar bovenop komen specifieke verplichtingen voor 50+ werknemers (criteria loonontwikkeling) en 100+ werknemers (rapportage).

Voor DGA’s en BV-bestuurders met een klein personeelsbestand is de praktische impact vooral te zien in werving. Vacatures moeten worden aangepast, intake-gesprekken anders worden ingericht, en het beloningsbeleid moet — desnoods informeel — gedocumenteerd worden.

Wat moet je nu doen?

Met implementatie per 1 januari 2027 en mogelijke directe werking nu al, is voorbereiden geen luxe. Zes concrete acties voor de komende maanden.

Stap 1: Inventariseer je huidige loonstructuur

Verzamel loongegevens van al je werknemers, uitgesplitst per:

  • Functie of functiegroep
  • Geslacht
  • Anciënniteit
  • Beloningscomponenten (vast, variabel, secundair)

Dit is de basis. Zonder dit overzicht kun je niet beoordelen waar je staat.

Stap 2: Voer een ‘pre-audit’ uit

Bereken zelf de loonkloof binnen je organisatie, uitgesplitst per functiegroep. Identificeer functies waar het verschil 5 procent of meer is. Bij die functies: kun je het verschil objectief verklaren? Anciënniteit, prestatie, opleiding, marktvraag — dat zijn legitieme factoren. Geslacht is dat niet.

Stap 3: Herzie je vacatureteksten

Per 1 januari 2027 — en mogelijk al eerder — moeten alle vacatures:

  • Een salaris of salarisbandbreedte vermelden
  • Genderneutraal geformuleerd zijn
  • Geen vragen bevatten over salarisverleden

Doe dit niet op 31 december 2026. Begin nu.

Stap 4: Implementeer of update je functiewaarderingssysteem

Heeft je organisatie een formeel functiewaarderingssysteem? Zo nee — overweeg er één te implementeren. Zo ja — controleer of het werkelijk genderneutraal is en up-to-date.

Stap 5: Train je HR en management

Lijnmanagers die salarisgesprekken voeren met sollicitanten of werknemers, moeten weten wat ze wel en niet mogen vragen. Een sollicitant vragen “Wat verdien je nu?” wordt straks formeel niet toegestaan. Training is essentieel.

Stap 6: Betrek je ondernemingsraad

De OR krijgt onder de nieuwe wet expliciete bevoegdheden bij loonevaluaties en het opstellen van plannen van aanpak. Een vroege betrokkenheid voorkomt dat de OR straks oppositie wordt in plaats van partner.

De bredere arbeidsmarktcontext

De Loontransparantierichtlijn komt in een Nederlandse arbeidsmarkt die al onder druk staat. Volgens DNB-cijfers waren er begin 2026 nog steeds 91 vacatures per 100 werklozen — fors meer dan het langjarig gemiddelde van 32 voor de pandemie. Bijna twee derde van de Nederlandse bedrijven heeft last van personeelstekort.

In die context wordt werkgeversreputatie een steeds belangrijker concurrentievoordeel. Bedrijven die transparant zijn over beloning, die kunnen aantonen dat ze gelijk werk gelijk belonen, en die proactief omgaan met de nieuwe regels, kunnen daar in werving een voorsprong mee opbouwen. Voor werkgevers die strategisch hun positie willen versterken, is dit niet een lastige verplichting maar een marketing-kans.

Tegelijk geldt het omgekeerde: bedrijven met grote, onverklaarbare loonkloven zullen vanaf 2027 in een steeds ongunstiger licht komen te staan. De publieke rapportages maken het mogelijk voor sollicitanten om bedrijven voor te selecteren — wie zou willen werken bij een bedrijf dat aantoonbaar onderbetaalt?

De Europese context

Nederland is niet alleen. Vrijwel alle EU-lidstaten worstelen met dezelfde implementatie. Sommige zijn verder — Duitsland en België hadden al eigen loontransparantiewetten voordat de EU-richtlijn er was. Andere lopen vergelijkbaar achter als Nederland.

De Europese Commissie heeft duidelijk gemaakt dat ze geen uitstel accepteert. Voor lidstaten die te ver achter lopen kunnen inbreukprocedures volgen. Dat betekent voor Nederland: het kabinet moet de wet daadwerkelijk per 1 januari 2027 invoeren, of het risico aanvaarden dat de EU formele procedures start.

Voor werkgevers betekent dit dat de wet er sowieso komt. Verzet of vertraging vanuit het bedrijfsleven heeft weinig zin meer. De vraag is alleen: ben je voorbereid?

Loonkosten en de bredere wijzigingen

De Loontransparantierichtlijn komt niet in een vacuüm. Voor 2026 en 2027 verandert er meer dat samen impact heeft op loonkosten:

  • Wettelijk minimumloon stijgt elk halfjaar
  • Cao-lonen stijgen door inflatie-correcties
  • Belastingvrije reiskostenvergoeding is in 2026 23 cent per kilometer
  • Thuiswerkvergoeding is in 2026 €2,45 per dag
  • ETK-regeling voor buitenlandse werknemers is per 2026 beperkt

Voor de complete fiscale en arbeidscontext biedt onze pillar over belastingen voor ondernemers in Nederland een breder kader.

De boodschap voor 2026 en 2027

De Loontransparantierichtlijn verandert hoe Nederlandse werkgevers omgaan met beloning. Niet zachtjes — maar fundamenteel. Salarissen worden van een privé-onderhandelingsproduct naar een publiek meetbare structuur. Beloningsverschillen die historisch ongezien bleven worden zichtbaar, uitlegbaar, en handhaafbaar.

Voor werkgevers met een gezond, objectief beloningsbeleid is dit geen probleem. Voor werkgevers die nooit grondig hebben gekeken naar hun loonstructuren, wordt het een wake-up call. En voor werkgevers die ongerechtvaardigd discrimineren — bewust of onbewust — wordt het de eerste echte handhaafbare consequentie.

Met implementatie per 1 januari 2027, directe werking van Europese principes nu al, en publieke rapportages vanaf 2028, is de tijdsdruk reëel. Wie wacht tot december 2026 om te beginnen, loopt het risico dat de cijfers tegen die tijd niet kloppen — of dat ze precies dan publiekelijk zichtbaar worden gemaakt.

De vraag is niet meer of je je organisatie aanpast. De vraag is hoe goed je voorbereid de eerste rapportage indient. En hoe bewust je nu al werkt aan een beloningsbeleid waarvan je straks kunt vertellen dat het objectief, genderneutraal en uitlegbaar is.


Veelgestelde vragen

Wanneer treedt de wet in werking?

De Wet implementatie Richtlijn loontransparantie mannen en vrouwen treedt naar verwachting per 1 januari 2027 in werking. Het wetsvoorstel is op 21 mei 2026 door minister Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ingediend bij de Tweede Kamer. Daarvoor moet het door beide Kamers worden aangenomen. Belangrijk: de Europese richtlijn heeft sinds 7 juni 2026 mogelijk al directe werking, wat betekent dat Nederlandse rechters bestaande wetgeving in lijn met de Europese regels kunnen interpreteren.

Geldt de wet alleen voor grote werkgevers?

Nee. Drie kernverplichtingen gelden voor alle werkgevers, ongeacht omvang: genderneutrale vacatures, salarisinformatie vooraf, en geen vragen naar salarisverleden. Daarnaast krijgen werkgevers met 50+ medewerkers extra verplichtingen rond criteria voor loonontwikkeling. Vanaf 100 werknemers geldt de rapportageplicht, gefaseerd ingevoerd.

Wat moet er nu al in vacatures staan?

Vanaf 1 januari 2027 — en mogelijk al eerder vanwege directe werking — moeten vacatures of vroeg in het sollicitatieproces: het startsalaris of de salarisbandbreedte vermelden, genderneutraal geformuleerd zijn (bijvoorbeeld “verkoper” in plaats van “salesman”), en geen vragen bevatten over salarisverleden. Voor de meeste werkgevers betekent dit een herziening van bestaande vacatureteksten.

Wat is de 5-procent-grens?

Wanneer uit de rapportage blijkt dat er een loonverschil van 5 procent of meer bestaat binnen een functiegroep tussen mannen en vrouwen, en dit verschil binnen zes maanden niet objectief kan worden verklaard, dan moet de werkgever een verplichte gezamenlijke beloningsevaluatie uitvoeren met de ondernemingsraad. Het doel: het ongerechtvaardigde verschil oplossen met een concreet plan van aanpak.

Wat betekent omgekeerde bewijslast?

Wanneer een werknemer vermoedt dat hij of zij minder verdient om discriminerende redenen, moet straks de werkgever aantonen dat er geen sprake van discriminatie is. Dat is fundamenteel anders dan de huidige praktijk waarin de werknemer discriminatie moet bewijzen. Voor werkgevers betekent dit: documenteer en motiveer elke loonbeslissing zorgvuldig.

Mag ik nog vragen naar het laatstverdiende salaris?

Nee. Per 1 januari 2027 is het verboden om sollicitanten te vragen naar hun huidige of laatstverdiende salaris. Ook via andere kanalen mag je dit niet achterhalen. Wel mag je vragen naar werkervaring en de salariswensen van de sollicitant.

Welke boetes kan de Arbeidsinspectie opleggen?

De Arbeidsinspectie krijgt de bevoegdheid om boetes op te leggen bij niet-naleving van de loontransparantieverplichtingen. Voorgenomen tarieven liggen tussen €1.000 en €5.000 per overtreding, met verhoging bij recidive. Belangrijker dan de boetes zelf: ze worden openbaar gemaakt, wat kan leiden tot reputatieschade.

Hoe vaak moet ik rapporteren?

Dit hangt af van de bedrijfsgrootte. Werkgevers met 250+ medewerkers rapporteren jaarlijks (eerste rapport in 2027, mogelijk al over 2026). Werkgevers met 150-249 medewerkers rapporteren eens per drie jaar (eerste rapport in 2027, mogelijk al over 2026). Werkgevers met 100-149 medewerkers rapporteren ook eens per drie jaar, met eerste rapport uiterlijk 7 juni 2031.

Wat rapporteer ik precies?

De rapportages bevatten gegevens over de gemiddelde en mediane loonkloof tussen mannen en vrouwen, uitgesplitst naar functiegroep. Ook moet je rapporteren over verschillen in variabele beloning en het aandeel mannen en vrouwen dat aanvullende of variabele beloningscomponenten ontvangt. De rapportages worden publiek beschikbaar via een website van het ministerie van SZW.

Zijn investeringen in functiewaardering aftrekbaar?

Ja. Investeringen in een functiewaarderingssysteem, externe HR-advisering of software voor loonkloofrapportages zijn doorgaans volledig aftrekbaar als zakelijke kosten. Voor BV’s via de vennootschapsbelasting, voor IB-ondernemers via box 1. Bij significante investeringen kunnen ook aftrekposten als de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) relevant zijn.

Wat als ik geen ondernemingsraad heb?

Bij werkgevers zonder ondernemingsraad geldt vaak een personeelsvertegenwoordiging (PVT) of het instellen daarvan vanaf 50 medewerkers verplicht. Voor de loonevaluatie bij verschillen >5% moet je samenwerken met deze vertegenwoordiging. Bij kleinere organisaties zonder formele werknemersvertegenwoordiging gelden de transparantieregels nog steeds, maar zonder de formele OR-rol.

Hoe verhoudt deze wet zich tot bestaande loon-gerelateerde wetgeving?

De Loontransparantierichtlijn vervangt niet de bestaande Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen — ze versterkt deze juist. Het verschil zit in de proactieve handhaving: nu moet je actief kunnen aantonen dat er geen discriminatie is, in plaats van te wachten tot iemand een klacht indient. Het sluit ook aan bij bredere Europese trends rond ESG-rapportage en duurzaam personeelsbeleid.


Lees ook


Bronnen

Relevante artikelen

Bekijk meer