AOV verplicht basisverzekering
Financiën

AOV voor ZZP’ers in 2026: de verplichte basisverzekering en je opties nu

8 juni
DoorMike
Mike

Mike is sinds 2024 de vaste redacteur achter Informatiegidsen Nederland. In die periode schreef hij meer dan 450 artikelen over een breed scala aan onderwerpen — van actueel nieuws en ondernemerschap tot tech, fin…

Bekijk volledige bio

Het wetsvoorstel voor de Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen (BAZ) is op 20 maart 2026 naar de Tweede Kamer gestuurd. Het kabinet hoopt dat de wet vóór 31 augustus 2026 wordt aangenomen — niet alleen om de jarenlange politieke discussie af te ronden, maar ook om €600 miljoen aan Europese herstelfondsmiddelen veilig te stellen. Voor circa 1,2 miljoen Nederlandse ZZP’ers betekent dit dat er rond 2030 een verplichte verzekering komt: 5,4 procent premie, 70 procent inkomensdekking tot maximaal het minimumloon, en een wachttijd van twee jaar. Wie nu al een particuliere AOV heeft, valt onder overgangsrecht. Wie wacht, kan dat tegen die tijd niet meer.

Voor zelfstandigen zonder personeel is arbeidsongeschiktheid een van de grootste financiële risico’s. Werknemers zijn via hun werkgever automatisch verzekerd via WIA, maar wie zelfstandig werkt, valt buiten dat publieke vangnet. Het gevolg: een meerderheid van de ZZP’ers in Nederland heeft helemaal geen voorziening voor arbeidsongeschiktheid. Met de aankomende verplichte AOV — bekend als Wet BAZ — komt daar verandering in. Maar de regeling is geen one-size-fits-all oplossing, en wie nu actie onderneemt, behoudt belangrijke keuzevrijheid.


Waarom een AOV überhaupt belangrijk is

Een AOV (arbeidsongeschiktheidsverzekering) betaalt uit als je voor langere tijd niet kunt werken door ziekte of ongeval. Voor ZZP’ers die werken onder de Wet DBA is dit niet zomaar een verzekering — het is een wezenlijk onderdeel van het bewijs dat je zelfstandig ondernemer bent. Wie geen ondernemersrisico loopt, is fiscaal gezien geen ondernemer. Een AOV is daarmee niet alleen een vangnet maar ook een fiscaal-juridisch signaal.

De cijfers tonen waarom dit thema actueel is. Onderzoek van het ministerie van SZW laat zien dat een grote groep zelfstandigen geen vangnet heeft — niet via een verzekering, niet via spaargeld, en niet via een broodfonds. Bij langdurige arbeidsongeschiktheid betekent dat snel verlies van inkomen, schulden, of zelfs faillissement. Het kabinet wil deze situatie veranderen.


Het wetsvoorstel BAZ: wat houdt het in?

Op 20 maart 2026 stuurde minister Thierry Aartsen (Werk en Participatie) het wetsvoorstel Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen naar de Tweede Kamer. Het wetsnummer is 36912. Behandeling startte op 2 april 2026; de inbreng voor het verslag liep tot 20 mei 2026.

De hoofdpunten van het wetsvoorstel:

Verplichte deelname voor ondernemers

Iedere ondernemer voor de inkomstenbelasting wordt verplicht verzekerd. Dat betekent: eenmanszaken, ZZP’ers, VOF-vennoten en andere IB-ondernemers. DGA’s van BV’s vallen er niet onder — die zijn formeel werknemer van hun eigen vennootschap.

Premie van 5,4 procent

De premie bedraagt 5,4 procent van de belastbare winst, met een maximum van circa €171 per maand. De berekening werkt naar rato: hoe minder winst, hoe lager de premie. De premie wordt geïnd door de Belastingdienst, tegelijk met de inkomstenbelasting.

Wachttijd van twee jaar

Een belangrijk en omstreden punt: de uitkering begint pas na twee jaar arbeidsongeschiktheid. Dat is een verlenging van de oorspronkelijk geplande wachttijd van één jaar. Critici wijzen erop dat veel ZZP’ers wel ziek worden voor kortere periodes, en dat de wachttijd het vangnet voor die situaties niet dekt.

Uitkering: 70 procent tot maximaal minimumloon

Wie eenmaal in de uitkering komt, ontvangt 70 procent van de belastbare winst — met een maximum dat gelijkstaat aan het minimumloon. Voor werknemers van 21 jaar en ouder is dat in 2026 €14,71 bruto per uur. Per maand komt dat neer op een uitkering van enkele duizenden euro’s bruto, afhankelijk van het percentage arbeidsongeschiktheid.

Tijdlijn: aangenomen vóór augustus 2026, invoering rond 2030

Het kabinet wil de wet vóór 31 augustus 2026 door Tweede én Eerste Kamer hebben — een strakke deadline omdat aanname een voorwaarde is voor circa €600 miljoen aan Europese herstelfondsmiddelen. De daadwerkelijke invoering wordt verwacht in 2030, gegeven de uitvoeringsuitdaging bij de Belastingdienst en het UWV.


Wie valt onder overgangsrecht?

Een cruciaal detail dat veel ZZP’ers vergeten: wie vóór de peildatum al een geldige particuliere AOV heeft afgesloten, valt onder overgangsrecht. Die mag de bestaande AOV blijven gebruiken, ook als de premie of dekking afwijkt van de BAZ-norm.

De peildatum

De peildatum wordt naar verwachting vastgesteld op het moment dat de wet wordt aangenomen — vermoedelijk in het tweede of derde kwartaal van 2026. Tot die tijd kun je nog een eigen AOV afsluiten die onder de overgangsregeling valt. Daarna kan dat niet meer.

Voorwaarden overgangsrecht

Volgens het wetsvoorstel moet een AOV aan een aantal minimumeisen voldoen om onder overgangsrecht te vallen:

  • Periodieke uitkering tot minimaal je 55e levensjaar (geen bedragverzekering)
  • Dekking voor zowel ziekte als ongevallen
  • Reguliere verzekering — broodfondsen en andere collectieve regelingen zonder verzekeringscomponent vallen er niet onder

Wie nu nog twijfelt over een AOV moet zich realiseren: na de peildatum is de keuzevrijheid beperkt tot opt-out (publieke BAZ ruilen voor private AOV die aan strenge eisen voldoet) of meedoen aan de BAZ.


De drie hoofdroutes voor ZZP’ers

ZZP’ers kunnen kiezen uit drie hoofdroutes om hun arbeidsongeschiktheidsrisico te dekken:

Route 1: De publieke BAZ

Vanaf 2030 (verwacht) automatisch verplicht voor wie niets anders heeft.

Voordelen:

  • Geen medische selectie — iedereen wordt geaccepteerd
  • Geen risico op uitsluitingen of premie-opslag op basis van gezondheid
  • Premie in verhouding tot winst (laag inkomen = lage premie)

Nadelen:

  • Lange wachttijd van twee jaar
  • Maximum uitkering op minimumloon-niveau
  • Geen mogelijkheid tot uitbreiding of maatwerk
  • Geen dekking voor wie meer dan minimumloon verdient en dat wil aanhouden bij arbeidsongeschiktheid

Route 2: Particuliere AOV

Verzekeringen via Centraal Beheer, ASR, Aegon, Loyalis, Movir en andere aanbieders.

Voordelen:

  • Maatwerk in wachttijd, uitkeringshoogte, eindleeftijd
  • Hogere uitkeringen mogelijk (tot 80 procent van het inkomen)
  • Kortere wachttijd mogelijk (vanaf 1 maand)
  • Onder overgangsrecht: behoud van je verzekering als de BAZ wordt ingevoerd

Nadelen:

  • Medische acceptatie — bij gezondheidsproblemen mogelijk geweigerd of duurder
  • Premies kunnen fors zijn, vooral bij zware beroepen of oudere ZZP’ers
  • Privé-keuze en eigen onderhandeling met verzekeraar

Voorbeeld premies: een 35-jarige adviseur betaalt typisch €100-€200 per maand voor een standaard AOV. Een 50-jarige bouwvakker kan €400-€600 betalen voor dezelfde dekking — als er überhaupt acceptatie volgt.

Route 3: Broodfonds

Een collectief van zelfstandigen die elkaar financieel steunen bij ziekte.

Voordelen:

  • Veel goedkoper dan AOV (circa €30-€50 per maand voor een buffer)
  • Geen medische acceptatie
  • Sociaal contract — gevoel van gemeenschap

Nadelen:

  • Geen wettelijke verzekering — valt niet onder overgangsrecht BAZ
  • Beperkte uitkeringsduur (vaak maximaal 2 jaar)
  • Beperkt aantal deelnemers per broodfonds (vaak 50 personen)
  • Bij ernstige langdurige ziekte: geen verdere dekking

Belangrijk: een broodfonds alléén is na invoering BAZ niet voldoende. Wie als ZZP’er een broodfonds heeft, zal alsnog onder de verplichte BAZ vallen — tenzij hij of zij er een aanvullende particuliere AOV bij neemt.


Vergelijking: BAZ vs particuliere AOV vs broodfonds

Kenmerk BAZ (publiek) Particuliere AOV Broodfonds
Premie 5,4% winst (max €171/mnd) Vaak €100-€600/mnd €30-€50/mnd
Wachttijd 2 jaar (verplicht) Vanaf 1 maand keuze Vaak 1 maand
Uitkering 70% tot minimumloon Tot 80% inkomen Beperkt buffer
Duur uitkering Tot AOW-leeftijd Tot afgesproken eindleeftijd Vaak 2 jaar
Medische acceptatie Nee Ja Nee
Maatwerk Geen Ja Beperkt
Telt voor BAZ-vrijstelling? N.v.t. Ja (onder voorwaarden) Nee

Wat moet je nu doen?

Voor wie nu nog geen AOV heeft, zijn er drie strategische opties:

Optie 1: Vóór de peildatum een particuliere AOV afsluiten

Door nu een AOV af te sluiten die voldoet aan de overgangsvoorwaarden, behoud je maximale keuzevrijheid en valt je verzekering onder het overgangsrecht. Dit is vooral interessant voor:

  • ZZP’ers die meer verdienen dan het minimumloon
  • ZZP’ers die een kortere wachttijd dan 2 jaar willen
  • Ondernemers in zware beroepen (BAZ is voor velen ontoereikend)

Optie 2: Wachten op de BAZ-invoering

Voor wie weinig verdient of zware acceptatie verwacht bij particuliere verzekeraars, kan de BAZ een goede route zijn. Maar realiseer je dat:

  • Je geen medische selectie hoeft te doorstaan
  • De premie inkomens-afhankelijk is
  • Je geen maatwerk hebt en lange wachttijd accepteert

Optie 3: Combinatie — broodfonds + aanvullende AOV

Een populaire constructie: lid blijven van een broodfonds voor de eerste paar maanden ziekte, met een particuliere AOV voor langere uitval. Onder de BAZ wordt deze combinatie complexer — het broodfonds alleen telt niet meer als vrijstelling. Combineer een broodfonds dus altijd met een geldige particuliere AOV als je dat wilt aanhouden.


De fiscale kant: premies aftrekbaar

Voor IB-ondernemers zijn AOV-premies fiscaal aftrekbaar. Dat geldt zowel voor de huidige particuliere AOV als straks waarschijnlijk ook voor de publieke BAZ — al moet de exacte uitwerking nog volgen.

Praktisch:

  • AOV-premies horen tot je zakelijke kosten als ondernemer
  • Aftrek vindt plaats in box 1 (inkomen uit werk en woning)
  • Bij hogere belastingschalen levert dat al snel 37,5-49,5 procent terug

Voor wie zijn fiscale positie strategisch wil bekijken, biedt onze pillar over belastingen voor ondernemers in Nederland een breder kader.


Wat als je net begint als ZZP’er?

Voor startende zelfstandigen is de AOV-vraag extra relevant. De medische acceptatie is in de eerste jaren vaak ruimer (gezondheid is gemiddeld beter, geen “open einde” claims), en sluiten van een AOV terwijl je net begint, kost relatief weinig vergeleken met later instappen.

Drie tips voor starters:

  • Sluit vroeg af — verzekeraars rekenen op basis van risico, en jong gezond = lage premie
  • Combineer met je ondernemingsplan — financiële verplichtingen op een rij
  • Houd rekening met opbouw via Wtp-lijfrente — verhoogde jaarruimte voor ZZP’ers maakt pensioen-AOV combinaties slimmer

De politieke context

De BAZ staat niet op zichzelf. Het is onderdeel van een bredere hervorming van de Nederlandse arbeidsmarkt. Twee andere wetsvoorstellen lopen parallel:

  • Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties (VBAR) — verduidelijkt wanneer je werknemer of zelfstandige bent
  • Zelfstandigenwet — bevat een “ondernemerstoets” die alleen voldoet als je een AOV-voorziening hebt

Voor het brede plaatje: zonder AOV (of broodfonds met aanvullende AOV) zou je straks niet meer mogen werken als ZZP’er. De BAZ wordt zo niet alleen een verzekering, maar ook een voorwaarde voor het ondernemerschap zelf.


De boodschap voor 2026 en verder

De jarenlange discussie over verplichte AOV nadert nu zijn slotfase. Het wetsvoorstel ligt bij de Tweede Kamer, het kabinet wil deze zomer een definitief besluit, en de werkelijke invoering volgt rond 2030. Voor 1,2 miljoen Nederlandse ZZP’ers betekent dit: nadenken over je arbeidsongeschiktheidsrisico is geen optie meer, het is een fiscale en juridische noodzaak.

Wie nu een goede particuliere AOV afsluit, behoudt keuzevrijheid en valt onder gunstig overgangsrecht. Wie wacht tot de wet ingaat, accepteert het beperkte BAZ-pakket. En wie helemaal niets doet, loopt het risico straks tussen wal en schip te vallen — niet alleen financieel bij arbeidsongeschiktheid, maar ook juridisch in zijn status als zelfstandige.


Veelgestelde vragen

Wanneer wordt de verplichte AOV ingevoerd?

Het wetsvoorstel BAZ ligt sinds 20 maart 2026 bij de Tweede Kamer. Het kabinet hoopt op aanname door beide Kamers vóór 31 augustus 2026 — vooral vanwege Europese subsidieafspraken (€600 miljoen op het spel). De daadwerkelijke invoering wordt verwacht in 2030, gegeven de uitvoeringsvoorbereiding bij Belastingdienst en UWV.

Hoe hoog wordt de BAZ-premie?

De premie bedraagt 5,4 procent van de belastbare winst, met een maximum van circa €171 per maand. De berekening werkt naar rato — hoe minder winst, hoe lager de premie. De premie wordt geïnd door de Belastingdienst tegelijk met de inkomstenbelasting.

Wat is de wachttijd onder de BAZ?

Twee jaar. Dat is een verlenging van de oorspronkelijk geplande wachttijd van één jaar. Pas na 24 maanden arbeidsongeschiktheid begint de uitkering. Voor wie kortere uitval verwacht, biedt de BAZ dus geen vangnet.

Wat is het verschil tussen BAZ en particuliere AOV?

BAZ is publiek, verplicht, met vaste voorwaarden (5,4% premie, 70% uitkering tot minimumloon, 2 jaar wachttijd). Particuliere AOV is privaat, met maatwerk in wachttijd, uitkeringshoogte en eindleeftijd. Particulier kan duurder zijn (afhankelijk van leeftijd en beroep) maar biedt veel meer keuzevrijheid.

Wat als ik al een AOV heb?

Als je vóór de peildatum (waarschijnlijk in het tweede of derde kwartaal van 2026) al een geldige particuliere AOV had, val je onder overgangsrecht. Je mag de bestaande AOV blijven gebruiken zonder verplichte deelname aan BAZ. Voorwaarden: periodieke uitkering tot minimaal je 55e levensjaar, dekking voor zowel ziekte als ongevallen, en de verzekering moet een echte verzekering zijn (geen broodfonds).

Telt een broodfonds als vrijstelling?

Nee. Het wetsvoorstel BAZ stelt expliciet dat broodfondsen en andere collectieve regelingen zonder verzekeringscomponent niet als geldige vrijstelling tellen. Wil je toch een broodfonds, dan moet je dat combineren met een geldige particuliere AOV.

Geldt de verplichte AOV ook voor DGA’s?

Nee. DGA’s zijn formeel werknemer van hun eigen BV en vallen daardoor onder de werknemersverzekeringen (WIA). De BAZ is specifiek voor IB-ondernemers — eenmanszaken, ZZP’ers, VOF-vennoten. Voor DGA’s blijft de standaard werknemers-arbeidsongeschiktheid van toepassing.

Zijn AOV-premies aftrekbaar?

Ja. Voor IB-ondernemers zijn premies voor een AOV fiscaal aftrekbaar in box 1. Dat geldt voor de huidige particuliere AOV en naar verwachting ook voor de publieke BAZ — al moet de exacte uitwerking nog volgen. Het aftrekvoordeel kan in de hogere belastingschalen oplopen tot 49,5 procent van de premie.

Wat moet ik nu het eerste doen?

Drie acties: ten eerste, bepaal of je nu al verzekeringsplichtig wilt zijn — een particuliere AOV vóór de peildatum geeft je maximale keuzevrijheid. Ten tweede, vraag offertes aan bij meerdere verzekeraars en vergelijk wachttijd, uitkeringshoogte en eindleeftijd. Ten derde, bekijk of een combinatie met een broodfonds en kleinere AOV voor jou kostenefficiënter werkt.

Hoeveel kost een particuliere AOV?

Het verschilt sterk per leeftijd en beroep. Een 35-jarige adviseur betaalt typisch €100-€200 per maand. Een 50-jarige bouwvakker kan €400-€600 betalen, vooropgesteld dat acceptatie überhaupt mogelijk is. Voor exacte premies: vraag offertes aan bij minimaal drie verzekeraars (bijvoorbeeld Centraal Beheer, ASR en Movir of Aegon).

Wat als de wet niet voor 31 augustus 2026 wordt aangenomen?

Dan loopt het kabinet het risico op verlies van circa €600 miljoen aan Europese herstelfondsmiddelen. Politiek zou dat behoorlijke gevolgen hebben en kan leiden tot heronderhandeling met Brussel of versnelde wetsbehandeling. De inhoudelijke regeling zou echter waarschijnlijk vergelijkbaar blijven — de politieke wil voor verplichte AOV is breed gedragen.


Lees ook


Bronnen

Relevante artikelen

Bekijk meer