Box 3 vermogensbelasting 2027
Economisch

Box 3 vermogensbelasting 2027 en 2028: hoe het nieuwe stelsel jouw vermogen gaat raken

2 juni
DoorMike
Mike

Mike is sinds 2024 de vaste redacteur achter Informatiegidsen Nederland. In die periode schreef hij meer dan 450 artikelen over een breed scala aan onderwerpen — van actueel nieuws en ondernemerschap tot tech, fin…

Bekijk volledige bio

Op 12 februari 2026 nam de Tweede Kamer de Wet werkelijk rendement box 3 aan. Vanaf 1 januari 2028 — als ook de Eerste Kamer instemt — verdwijnt het systeem dat de Hoge Raad in 2021 al onrechtmatig noemde. In plaats van een fictief rendement betaal je dan belasting over je échte inkomsten uit vermogen: ontvangen rente, dividend, huur én ongerealiseerde waardestijgingen van aandelen. Het tarief blijft 36 procent, maar de impact is voor veel beleggers fundamenteel anders. En 2026 en 2027 zijn overbruggingsjaren waarin je je positie nog kunt voorbereiden.

Voor de circa 3,2 miljoen Nederlanders met vermogen boven het heffingsvrij bedrag is dit de grootste verschuiving in vermogensbelasting sinds de invoering van box 3 in 2001. En anders dan bij eerdere wetswijzigingen heeft niet alleen de wetgever beslist, maar ook de Hoge Raad — die in december 2021 oordeelde dat het oude systeem strijdig was met het eigendomsrecht en het gelijkheidsbeginsel.


Wat is box 3 ook alweer?

Box 3 belast je vermogen — alles wat je hebt aan spaargeld, beleggingen, tweede woningen, cryptomunten en vorderingen, minus je schulden. Het is een van de drie boxen in de inkomstenbelasting, naast box 1 (inkomen uit werk en woning) en box 2 (inkomen uit aanmerkelijk belang, zoals dividend uit je eigen BV).

In de huidige overbruggingsperiode (2023-2027) werkt box 3 nog met fictief rendement. Per vermogenscategorie wordt aangenomen dat je een bepaald rendement haalt, ongeacht wat je werkelijk verdient. Over dat fictieve rendement betaal je 36 procent belasting. Voor 2026 zijn de fictieve rendementspercentages:

  • Banktegoeden (spaargeld): circa 1,44 procent (voorlopig)
  • Overige bezittingen (beleggingen, vastgoed): 6,00 procent (definitief)
  • Schulden (aftrekbaar): circa 2,70 procent (voorlopig)

Bij €100.000 spaargeld zonder beleggingen en zonder fiscaal partner betaal je in 2026 dus belasting over €40.643 (boven het heffingsvrij vermogen van €59.357). Het fictieve rendement daarover is ongeveer €585, waarover je 36 procent belasting betaalt: circa €211. Hetzelfde vermogen als belegging in aandelen levert al snel €878 belasting op — het verschil zit in de aanname over je rendement.


Het probleem van het oude stelsel

In de jaren 2017-2021 ging de overheid uit van een rendement op beleggingen van 5,28 tot 5,69 procent. Wie spaarde in een periode met negatieve rentes, betaalde belasting over rendement dat hij niet kreeg. Wie belegde in een slecht beursjaar, betaalde belasting over een denkbeeldige winst die in werkelijkheid een verlies was.

Op 24 december 2021 oordeelde de Hoge Raad dat dit systeem strijdig was met het eigendomsrecht en het gelijkheidsbeginsel. Belastingplichtigen kregen recht op rechtsherstel als hun werkelijke rendement lager was dan het fictieve. Sindsdien is er een tegenbewijsregeling waarmee je voor de jaren 2017-2027 te veel betaalde belasting kunt terugvragen.

Het ministerie moest daarmee twee bewegingen tegelijk maken: tijdelijke reparatie van het oude systeem (de tegenbewijsregeling), en parallel werken aan een fundamenteel nieuw stelsel. Dat nieuwe stelsel had eerst 2026 als ingangsdatum, werd uitgesteld naar 2027, en gaat nu definitief op 1 januari 2028 in werking — mits de Eerste Kamer instemt.


Wat verandert er per 2028: de hoofdregels

Het nieuwe stelsel werkt met werkelijk rendement. Dat betekent dat de Belastingdienst kijkt naar wat je werkelijk hebt verdiend, niet naar een fictieve aanname. Drie hoofdregels:

1. Vermogensaanwasbelasting als standaard

Voor de meeste vermogenscategorieën — spaargeld, aandelen, beleggingsfondsen, cryptomunten — geldt vermogensaanwasbelasting. Je betaalt jaarlijks belasting over:

  • Direct rendement: ontvangen rente, dividend, huur
  • Indirect rendement: jaarlijkse waardestijging van je vermogen (ook als je nog niets hebt verkocht)

Dit is een belangrijke verandering. Onder de oude systematiek betaalde je nooit belasting over ongerealiseerde winsten. Vanaf 2028 wel. Stijgt je aandelenportefeuille met €10.000 in een jaar, dan betaal je daarover belasting — ook als je geen aandeel hebt verkocht.

2. Vermogenswinstbelasting voor onroerende zaken

Voor vastgoed in box 3 (tweede woningen, vakantiehuizen, beleggingspanden) geldt een ander regime: vermogenswinstbelasting. Je betaalt alleen belasting op de waardestijging als je het pand verkoopt. Tussentijdse huurinkomsten worden wel jaarlijks belast. Voor wie zijn vermogen in vastgoed heeft geparkeerd, biedt onze pillar over vastgoed in Nederland een breder marktperspectief.

3. Kosten zijn aftrekbaar

Een welkome verandering voor beleggers met een vermogensbeheerder: vermogensbeheerkosten zijn aftrekbaar. Ook andere kosten van inkomsten worden aftrekbaar — denk aan transactiekosten, kosten voor een spaarrekening en verschuldigde rente.

4. Heffingsvrij inkomen vervangt heffingsvrij vermogen

Het huidige heffingsvrij vermogen van €59.357 (2026) verdwijnt. In plaats daarvan komt een heffingsvrij inkomen van €1.800 per persoon. Dat verschilt principieel: de drempel wordt niet meer aan je vermogen gekoppeld, maar aan je rendement. Wie €30.000 spaargeld heeft tegen 2 procent rente, blijft onbelast (€600 rente). Wie €1 miljoen aan aandelen heeft die met 1 procent zijn gestegen, betaalt belasting over €8.200 (€10.000 minus €1.800).

5. Verliesverrekening met de toekomst

Verliezen kun je vooruit verrekenen met toekomstige winsten in box 3. De verliesdrempel is €500. Verrekening met andere boxen of met voorgaande jaren is niet mogelijk.


De drie groepen voor wie dit grote gevolgen heeft

Spaarders profiteren waarschijnlijk

Wie zijn vermogen vooral op een spaarrekening heeft staan, gaat er onder het nieuwe stelsel waarschijnlijk op vooruit. De werkelijke spaarrente ligt vaak lager dan het fictieve percentage dat tot nu toe werd gehanteerd. Dat geldt zeker in een lagerenteomgeving.

Voorbeeld: bij €200.000 spaargeld tegen 2 procent rente verdien je €4.000. Met het heffingsvrij inkomen van €1.800 betaal je belasting over €2.200, oftewel circa €792. Onder het oude systeem zou dat zo’n €721 zijn geweest bij 1,44 procent fictief rendement. In dit voorbeeld dus iets minder voordelig — maar bij lagere rentes draait het om.

Beleggers met groei gaan meer betalen

Wie belegt in aandelen of beleggingsfondsen kan onder het nieuwe stelsel slechter af zijn. De jaarlijkse waardeontwikkeling wordt belast, ook bij ongerealiseerde winsten. Voor wie zijn beleggingsstrategie wil heroverwegen, biedt onze pillar over investeringsstrategieën voor Nederlandse beleggers een breder kader.

Voorbeeld: bij €500.000 aan aandelen die in één jaar met 8 procent stijgen (€40.000), betaal je belasting over €38.200 (na heffingsvrij inkomen). Dat komt neer op €13.752 belasting. Onder het oude systeem zou je belasten over een fictieve waardestijging van €30.000 (6 procent), waarbij je effectief €10.800 had betaald.

Vastgoedbezitters: pas bij verkoop

Voor wie vastgoed in box 3 heeft, gelden andere regels. Huurinkomsten worden jaarlijks belast, maar de waardestijging pas bij verkoop. Voor langetermijn-vastgoedbeleggers kan dat fiscaal aantrekkelijk uitwerken — vooral omdat verbeteringskosten verrekend mogen worden op het moment van belasten.


Twee zorgen die de Tweede Kamer wel deelt

Het wetsvoorstel is aangenomen, maar minister Heinen van Financiën gaf eind februari 2026 aan dat hij de komende tijd kijkt naar aanpassingen binnen de vermogensaanwasbelasting. Twee zorgen liggen op tafel.

1. Het liquiditeitsprobleem

Vermogensaanwasbelasting belast papieren winst. Stijgt je aandelenportefeuille met €100.000 op papier, dan moet je €36.000 belasting betalen — terwijl je nog geen aandeel hebt verkocht. Wie zijn vermogen niet eenvoudig kan liquideren (denk aan illiquide beleggingen, geconcentreerde posities of family offices met startup-belangen), kan in de problemen komen.

2. De volatiliteit

Bij sterke koersbewegingen kun je het ene jaar veel belasting betalen, het volgende jaar verlies maken, en het verlies pas in latere jaren verrekenen. Voor mensen met een onregelmatig inkomen en variabel vermogen kan dat ongunstig uitvallen.

Eventuele aanpassingen worden mogelijk in het Belastingplan 2027 verwerkt. Tot die tijd geldt het huidige wetsvoorstel als basis.


Wat verandert er aan vrijstellingen?

Een aantal specifieke vrijstellingen verdwijnt of verandert.

  • Groene beleggingen: de huidige vrijstelling daalt in 2027 naar €200 per persoon en wordt vanaf 2028 volledig afgeschaft. Hierover loopt op dit moment nog politieke discussie.
  • Heffingskorting groen beleggen: verdwijnt eveneens.
  • Vrijstelling voor kapitaalverzekeringen, lijfrenten en eigen woning (box 1) blijft ongewijzigd.

Tijdlijn: wat moet je wanneer doen?

Drie kalenderpunten waar je rekening mee moet houden.

2026: voorlopige aanslagen en tegenbewijs

In 2026 betaal je nog onder het oude stelsel met fictief rendement. Maak gebruik van de tegenbewijsregeling als je werkelijke rendement lager is dan het fictieve. Documenteer al je daadwerkelijke rendementen — dat is straks de basis van je aangifte onder het nieuwe stelsel.

2027: laatste overbruggingsjaar

Het laatste jaar onder de oude regels (met tegenbewijsmogelijkheid). Voor wie strategische verschuivingen in zijn vermogen wil maken, is dit het moment. Overweeg:

  • Realisatie van papieren winsten — vóór 2028 worden ongerealiseerde winsten niet belast
  • Portefeuille-herverdeling — wat past het beste in het nieuwe stelsel?
  • Schulden- en hypotheekstructuur — schulden boven €3.800 zijn ook in nieuwe stelsel relevant
  • Vermogensbeheerkosten — pas vanaf 2028 aftrekbaar, dus niet vroeg in 2027 voortbetalen

2028 en daarna: het nieuwe stelsel

Aangiften vanaf 2029 gaan over het nieuwe stelsel. De Belastingdienst werkt nu al aan de ICT-systemen die nodig zijn om werkelijk rendement te verwerken — een fundamenteel ander systeem dan het huidige forfaitaire model. Voor wie zijn complete financiële planning wil herijken, biedt onze pillar over fintech in Nederland een overzicht van moderne tools om je vermogen te volgen.


Praktische tips voor de overgangsperiode

Vijf concrete stappen voor wie nu nadenkt over zijn box 3-positie.

  • Documenteer alles vanaf 2026. De basis voor je aangifte onder het nieuwe stelsel wordt je documentatie van werkelijke rendementen. Begin nu al met het bijhouden van rente, dividend, huur en koerswijzigingen.
  • Bekijk je beleggingsmix. Onder het nieuwe stelsel telt elke vermogenscategorie anders mee. Wie zwaar in beleggingen zit, kan voordeel hebben bij verschuiving naar spaargeld. Wie veel cash heeft, kan juist meer naar beleggingen schuiven.
  • Heroverweeg vastgoed in box 3. De aparte regeling voor onroerende zaken (vermogenswinstbelasting bij verkoop) kan langetermijn-vastgoedbeleggers fiscaal voordeel opleveren ten opzichte van aandelenbelegging in eenzelfde rendement.
  • Onderzoek box 2 als alternatief. Bij grote vermogens kan een spaar-BV of beleggings-BV (waar inkomsten via box 2 worden belast) gunstiger uitvallen dan box 3. Overleg met je accountant — niet elke structuur is voor iedereen voordelig.
  • Plan rond liquiditeit. Onder vermogensaanwasbelasting moet je belasting kunnen betalen over papieren winst. Houd voldoende liquide middelen aan, vooral als je in illiquide beleggingen zit.

Voor wie deze overwegingen wil koppelen aan een breder financieel plan, biedt onze gids over het ondernemingsplan in Nederland — vooral relevant voor DGA’s en zelfstandigen — het kader waarin box 3 een onderdeel is van een grotere strategie.


De boodschap voor 2027 en 2028

Het oude box 3-stelsel is na vier jaar van uitstel en juridisch verzet eindelijk op zijn laatste benen. Vanaf 2028 betaal je belasting over je werkelijke rendement — een principieel rechtvaardig systeem dat tegelijk complexer is dan het forfaitaire model. Spaarders gaan er waarschijnlijk op vooruit. Beleggers met sterk groeiende portefeuilles gaan vermoedelijk meer betalen. Vastgoedbezitters krijgen een aparte regeling.

De komende 18 maanden zijn de overgangsperiode. Wie zijn vermogen nu strategisch positioneert — gebaseerd op zijn werkelijke beleggingsstijl en niet op fictieve aannames — staat in 2028 sterker. Wie niets doet en denkt dat het wel meevalt, kan voor verrassingen komen te staan.


Veelgestelde vragen

Wanneer gaat het nieuwe box 3-stelsel precies in?

Op 1 januari 2028 — mits de Eerste Kamer instemt met het wetsvoorstel dat de Tweede Kamer op 12 februari 2026 heeft aangenomen. De ingangsdatum is meerdere keren uitgesteld: eerst van 2026 naar 2027, vervolgens naar 2028. Tot die tijd geldt een overbruggingsstelsel met fictief rendement en de tegenbewijsregeling.

Wat is het verschil tussen vermogensaanwasbelasting en vermogenswinstbelasting?

Bij vermogensaanwasbelasting (de hoofdregel) betaal je jaarlijks belasting over de waardeontwikkeling van je vermogen, ook als je nog niets hebt verkocht. Bij vermogenswinstbelasting (voor onroerende zaken in box 3) betaal je alleen belasting op de waardestijging op het moment van verkoop. Huurinkomsten worden in beide gevallen jaarlijks belast.

Wat is het belastingtarief in het nieuwe box 3-stelsel?

36 procent — hetzelfde tarief dat in 2025 en 2026 al geldt in het overbruggingsstelsel. Wat verandert, is niet het tarief maar de grondslag: in plaats van een fictief rendement betaal je belasting over je werkelijke inkomsten uit vermogen.

Hoeveel is het heffingsvrij inkomen in het nieuwe stelsel?

€1.800 per belastingplichtige (€3.600 voor fiscale partners). Dit vervangt het huidige heffingsvrij vermogen van €59.357. Het verschil is principieel: niet langer is een deel van je vermogen vrijgesteld, maar een deel van je rendement.

Worden vermogensbeheerkosten aftrekbaar in het nieuwe stelsel?

Ja. Onder het nieuwe stelsel worden kosten van inkomsten aftrekbaar. Dat is een welkome verandering voor cliënten met professioneel vermogensbeheer, waar de jaarlijkse fee vaak 0,3 tot 1 procent van het beheerd vermogen bedraagt. Ook andere kosten — transactiekosten, kosten voor spaarrekeningen, verschuldigde rente — worden aftrekbaar.

Wat gebeurt er met de tegenbewijsregeling in 2026 en 2027?

De tegenbewijsregeling blijft van kracht in 2026 en 2027. Is je werkelijke rendement lager dan het fictieve rendement dat de Belastingdienst hanteert, dan kun je belasting terugkrijgen of voorkomen dat je te veel betaalt. Strikte voorwaarden gelden — onder andere moet je je werkelijke rendementen kunnen onderbouwen met documentatie.

Wat betekent het nieuwe stelsel voor cryptomunten?

Cryptomunten vallen onder “overige bezittingen” en worden in het nieuwe stelsel via vermogensaanwasbelasting belast. Dat betekent dat de jaarlijkse waardeontwikkeling wordt belast — ook als je niets hebt verkocht. Voor crypto-beleggers met sterke koersbewegingen kan dat ongunstig uitvallen, vooral bij papieren winsten in volatiele jaren.

Is een spaar-BV of beleggings-BV aantrekkelijker geworden?

Voor sommige vermogende particulieren wel. Bij een spaar-BV of beleggings-BV gaan vermogensinkomsten via box 2 (24-31 procent) in plaats van box 3 (36 procent). Of dit financieel gunstig is, hangt af van je totale vermogen, het rendement en je persoonlijke situatie. Overleg met een fiscalist — voor de meeste mensen blijft box 3 het eenvoudigste regime.

Wat verandert er voor groene beleggingen?

De huidige vrijstelling voor groene beleggingen daalt in 2027 naar €200 per persoon en wordt per 1 januari 2028 volledig afgeschaft. Ook de heffingskorting voor groen beleggen verdwijnt. Hierover loopt op het moment van schrijven nog politieke discussie — aanpassingen voor 2028 zijn niet uitgesloten.

Wat moet ik nu doen als ik vermogen heb?

Drie acties: ten eerste, documenteer je werkelijke rendementen vanaf nu. Ten tweede, bekijk je beleggingsmix met het nieuwe stelsel in het achterhoofd — spaargeld, beleggingen en vastgoed worden anders belast. Ten derde, denk na over liquiditeit: vanaf 2028 betaal je belasting over papieren winst, dus zorg dat je voldoende liquide middelen hebt om die belasting te kunnen betalen.


Lees ook

Box 3 is één component van het bredere Nederlandse belastingstelsel. Voor ondernemers die hun complete fiscale positie willen overzien — inclusief inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, BTW en de keuze tussen rechtsvormen — biedt onze pillar over belastingen voor ondernemers in Nederland het volledige kader.


Bronnen

Relevante artikelen

Bekijk meer