Wet DBA in 2026
Zakelijk

Wet DBA in 2026: waarom freelancers en opdrachtgevers nu écht moeten opletten

1 juni
DoorMike
Mike

Mike is sinds 2024 de vaste redacteur achter Informatiegidsen Nederland. In die periode schreef hij meer dan 450 artikelen over een breed scala aan onderwerpen — van actueel nieuws en ondernemerschap tot tech, fin…

Bekijk volledige bio

Het handhavingsmoratorium is opgeheven, de Belastingdienst legt sinds 2025 weer naheffingen op, en vanaf 1 januari 2026 kunnen er vergrijpboetes bij komen. Toch heerst er bij veel ZZP’ers en opdrachtgevers nog onduidelijkheid: wanneer ben je schijnzelfstandig, en wanneer niet? Het korte antwoord: de regels zijn niet veranderd, maar de praktijk wel. En de eerste naheffingen in de bouw — van tienduizenden tot honderdduizenden euro’s — laten zien dat dit geen theoretisch risico is.

Voor de circa 1,2 miljoen ZZP’ers in Nederland en de tienduizenden bedrijven die hen inhuren, is de Wet DBA opnieuw het meest urgente personeels-onderwerp. Niet omdat de wet zelf is gewijzigd — die staat sinds 2016 op de boeken — maar omdat de Belastingdienst sinds 1 januari 2025 weer actief handhaaft. En anders dan veel mensen denken, geldt dat niet alleen voor de “klassieke” risicosectoren als zorg en bouw.

Wat er feitelijk is veranderd

Tot en met 31 december 2024 gold het zogenoemde handhavingsmoratorium: de Belastingdienst controleerde wel, maar legde geen naheffingen of boetes op behalve bij aantoonbare kwade wil. Dat is afgelopen.

Sinds 1 januari 2025 kan de Belastingdienst bij geconstateerde schijnzelfstandigheid direct naheffingen loonbelasting en premies opleggen, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025. Bij kwaadwillendheid kan tot vijf jaar worden teruggegaan.

Vanaf 1 januari 2026 zou de “zachte landing” eindigen en zouden ook verzuimboetes mogelijk worden. Maar onder druk van de Tweede Kamer heeft het kabinet eind 2025 besloten die boetes nog een jaar uit te stellen. Wat wél nieuw is per 2026: vergrijpboetes zijn nu mogelijk bij opzet of grove schuld — variërend van 25 tot 100 procent van de naheffing.

Pas in 2030 is het ingroeimodel afgelopen en mag de Belastingdienst weer regulier vijf jaar terugkijken bij controles.

De negen gezichtspunten uit Deliveroo

Wie wil weten of iemand werknemer of zelfstandige is, kijkt sinds 2023 naar het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad (24 maart 2023). Dat arrest formuleerde negen niet-uitputtende gezichtspunten, met als kernregel: alle omstandigheden tellen mee, in onderling verband. Dat heet de holistische toets.

De negen gezichtspunten:

  • Aard en duur van de werkzaamheden
  • Bepaling van werk en werktijden — wie bepaalt wat, hoe en wanneer?
  • Inbedding in de organisatie en bedrijfsvoering van de opdrachtgever
  • Persoonlijke uitvoeringsplicht — moet de ZZP’er het werk zelf doen, of mag hij iemand sturen?
  • Wijze waarop de contractuele regeling tot stand kwam
  • Wijze waarop de beloning wordt bepaald en uitgekeerd
  • Hoogte van de beloning in vergelijking met vaste medewerkers
  • Commercieel risico — loopt de ZZP’er ondernemersrisico?
  • Ondernemersgedrag — hoe presenteert hij zich naar buiten?

Op 21 februari 2025 voegde de Hoge Raad in het Uber-arrest nog toe dat er geen rangorde is tussen deze criteria. Zelfs niet de intentie van partijen (“we hebben afgesproken dat het een opdrachtovereenkomst is”) is doorslaggevend. Wat telt, is de feitelijke uitvoering. Of zoals juristen het samenvatten: wezen gaat voor schijn.

Wat dat in de praktijk betekent

Als jij als ZZP’er elke ochtend om 9 uur op het kantoor van één opdrachtgever zit, hetzelfde werk doet als de mensen in vaste dienst, geen andere klanten hebt en de opdrachtgever bepaalt wat je doet — dan ben je vermoedelijk een schijnzelfstandige, ook als er een mooi opdrachtcontract is.

Andersom: een ZZP’er die voor meerdere opdrachtgevers werkt, eigen werktijden bepaalt, eigen materialen meeneemt, eigen prijzen rekent en bij ziekte zelf het risico draagt — die is gewoon ondernemer, ongeacht of hij hoofdzakelijk uren bij één klant maakt.

Het criterium “inbedding in de organisatie” weegt zwaar. Werk je structureel mee in een team alsof je werknemer bent, gebruik je het systeem, krijg je hetzelfde werk-emailadres en sta je in het organogram? Dan wijst alles op een arbeidsovereenkomst.

De drie groepen die nu actief gecontroleerd worden

De Belastingdienst kondigde geen sectorgerichte handhaving aan, maar uit het Handhavingsplan 2026 blijkt dat de intermediairsector extra aandacht krijgt — bureaus die ZZP’ers verhuren aan eindklanten. De reden: het ketenrisico is groot, en één controle kan bij meerdere opdrachtgevers tot naheffingen leiden.

In de bouwsector zijn de eerste naheffingen al opgelegd. Aannemersfederatie Nederland meldt dat individuele bedrijven naheffingen kregen van tienduizenden tot honderdduizenden euro’s. Bouwend Nederland krijgt steeds meer signalen van controles bij leden.

In de zorgsector zijn veel ZZP’ers in 2025 al teruggegaan naar loondienst, vooral in de wijkverpleging en kinderopvang. Vaak omdat opdrachtgevers (zorginstellingen) het risico op naheffingen niet wilden nemen.

Maar de echte boodschap is: schijnzelfstandigheid kan in elke sector voorkomen. De Belastingdienst kijkt naar de feiten, niet naar de branche.

Wetgevingsupdate: VBAR en de nieuwe Zelfstandigenwet

Om de onduidelijkheid op te lossen, diende het kabinet in juli 2025 het wetsvoorstel Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties (VBAR) in. Het idee: helderdere criteria én een rechtsvermoeden van werknemerschap als iemand minder dan een bepaald uurtarief verdient.

Maar in het coalitieakkoord van januari 2026 maakte de nieuwe regering een draai: de VBAR wordt deels vervangen door de Zelfstandigenwet. Die nieuwe wet kent twee toetsen:

  • Zelfstandigentoets — loopt de werkende ondernemersrisico, zoekt hij eigen opdrachten, bepaalt hij eigen prijzen, regelt hij zelf arbeidsongeschiktheid en pensioen?
  • Werkrelatietoets — is er vrijheid in hoe en wanneer het werk wordt gedaan?

Wanneer deze wet ingaat, is nog onduidelijk. Tot die tijd geldt het Deliveroo-toetsingskader plus de holistische benadering. Voor ondernemers die hun bedrijfsstructuur willen herzien tegen de achtergrond van deze veranderingen, biedt onze pillar over het ondernemingsplan in Nederland een breder strategisch kader.

Wat opdrachtgevers nu moeten doen

Voor bedrijven die ZZP’ers inhuren, drie urgentieniveaus.

🔴 Direct: inventariseer je risico

Welke ZZP’ers werken bij je, en hoe lang al? Hoeveel uren per week? Doen ze hetzelfde werk als vaste medewerkers? Hebben ze andere klanten? Een eerlijke risicoanalyse op de negen Deliveroo-gezichtspunten geeft binnen een dag inzicht.

🟡 Op korte termijn: maak je contracten waterdicht

Een goede modelovereenkomst is een startpunt, geen vrijbrief. De Belastingdienst keurt al jaren geen nieuwe modelovereenkomsten goed, maar bestaande blijven geldig — mits de praktijk overeenkomt met het papier. Wat erin moet:

  • Vrije vervanging: ZZP’er mag iemand anders sturen
  • Parallelle opdrachten: ZZP’er werkt voor meerdere klanten
  • Eigen materialen en methoden
  • Geen integratie in de organisatie
  • Resultaatverplichting in plaats van inspanningsverplichting

🟢 Op middellange termijn: bouw structuur

Voor ondernemers die hun zakelijke groei systematisch willen aanpakken, is een doordachte personeelsstrategie essentieel. Combineer vaste werknemers voor kernactiviteiten met echte zelfstandigen voor projectmatig of gespecialiseerd werk. Niet alle werk hoeft door werknemers gedaan, maar ZZP’ers inhuren voor structureel werk dat in loondienst hoort, levert vrijwel altijd problemen op.

Wat ZZP’ers nu moeten doen

Voor de freelancers zelf is de strategie anders. Drie concrete acties:

  • Werk voor meerdere opdrachtgevers. Niets wijst sterker op werknemerschap dan langdurig één klant. Streef naar minimaal drie tot vijf actieve opdrachtgevers per jaar.
  • Documenteer je ondernemerschap. Eigen website, KvK-inschrijving, beroepsaansprakelijkheidsverzekering, eigen prijzen op een offerte, eigen administratie. Hoe meer bewijs van ondernemerschap, hoe sterker je positie.
  • Regel je risico’s zelf. Arbeidsongeschiktheidsverzekering (of broodfonds), pensioenopbouw via lijfrente of beleggen, financiële buffer. Wie geen ondernemersrisico loopt, is fiscaal gezien geen ondernemer.

Voor ZZP’ers die hun fiscale positie strategisch willen plannen, is onze gids over investeringsstrategieën voor Nederlandse beleggers relevant voor de privé-vermogensopbouw die hoort bij echt ondernemerschap.

De financiële realiteit

Wat gebeurt er als de Belastingdienst tot schijnzelfstandigheid concludeert? Bij de opdrachtgever:

  • Naheffing loonbelasting en premies met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025
  • Belastingrente over die periode
  • Vergrijpboete van 25 tot 100 procent bij opzet of grove schuld
  • Mogelijke claim van de ZZP’er voor werknemersrechten (vakantiegeld, ontslagvergoeding, doorbetaling bij ziekte)

Bij de ZZP’er:

  • Heronderzoek van inkomstenbelasting: zelfstandigenaftrek, MKB-vrijstelling en startersaftrek kunnen worden teruggevorderd
  • Btw-correctie (werknemers mogen geen btw heffen)
  • Eventuele claims van pensioenfondsen voor gemiste premies

Bij een omzet van €60.000 per jaar bij één opdrachtgever kan een correctie over 2025 alleen al snel €15.000-€25.000 kosten. Bij meerdere jaren (bij kwaadwillendheid) loopt dat op tot honderdduizenden euro’s.

De boodschap voor 2026

De handhaving is begonnen, maar bevindt zich in een overgangsfase. Tot eind 2026 geen verzuimboetes — maar wel naheffingen, belastingrente en vergrijpboetes bij opzet. Vanaf 2027 normaliseert de handhaving verder. En in 2030 mag de Belastingdienst weer regulier vijf jaar terugkijken.

Wie nu de Wet DBA serieus neemt, voorkomt jarenlang gerommel. Wie blijft denken dat “het wel meevalt”, neemt een risico dat in andere sectoren al miljoenen aan naheffingen heeft gekost.


Lees ook

Wet DBA is één van vele fiscale aandachtspunten voor Nederlandse ondernemers. Onze pillar over belastingen voor ondernemers in Nederland plaatst deze handhaving in het bredere kader van inkomstenbelasting, BTW, Box 3 en alle andere fiscale verplichtingen.


Veelgestelde vragen

Wat is de Wet DBA precies?

De Wet DBA (Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties) bestaat sinds 2016 en heeft als doel schijnzelfstandigheid terug te dringen. De wet zelf is nooit veranderd — wat wel veranderde, is dat de Belastingdienst sinds 1 januari 2025 weer actief handhaaft. Daarvoor gold sinds 2016 een handhavingsmoratorium waarin alleen bij kwaadwillendheid werd opgetreden.

Wanneer ben je schijnzelfstandig?

Als je op papier ZZP’er bent maar in de praktijk werkt als een werknemer. De Belastingdienst kijkt naar negen criteria uit het Deliveroo-arrest, waaronder of je je werktijden zelf bepaalt, of je voor meerdere opdrachtgevers werkt, of je je werk persoonlijk moet doen, en of je echt ondernemersrisico loopt. Geen enkel criterium is doorslaggevend — het gaat om het totaalbeeld (de holistische toets).

Komen er in 2026 boetes voor schijnzelfstandigheid?

Gedeeltelijk. Verzuimboetes blijven ook in 2026 nog uit — die zijn doorgeschoven. Maar vergrijpboetes (van 25 tot 100 procent van de naheffing) zijn vanaf 1 januari 2026 wél mogelijk bij aantoonbare opzet of grove schuld. Vanaf 2027 worden verzuimboetes verwacht.

Tot hoever terug kan de Belastingdienst naheffen?

In principe tot 1 januari 2025 — dat is de datum dat het handhavingsmoratorium eindigde. Alleen bij kwaadwillendheid of als een eerder gegeven aanwijzing van de Belastingdienst niet is opgevolgd, kan tot vijf jaar worden teruggegaan. Pas vanaf 2030 mag de Belastingdienst voor alle gevallen weer regulier vijf jaar terugkijken.

Welke sectoren worden het meest gecontroleerd?

De Belastingdienst doet geen sectorgerichte handhaving, maar uit het Handhavingsplan 2026 blijkt dat de intermediairsector (bureaus die ZZP’ers verhuren) extra aandacht krijgt. De bouwsector ziet al naheffingen van tienduizenden tot honderdduizenden euro’s. Zorg en kinderopvang volgen. Maar schijnzelfstandigheid kan in elke sector voorkomen.

Is een modelovereenkomst voldoende bescherming?

Nee. Een door de Belastingdienst goedgekeurde modelovereenkomst is een startpunt, maar geen vrijbrief. De Belastingdienst kijkt naar de feitelijke uitvoering — niet naar het papier. Als de praktijk afwijkt van wat in de overeenkomst staat, gaat de feitelijke situatie voor. Sinds 2024 worden er ook geen nieuwe modelovereenkomsten meer goedgekeurd.

Wat verandert er met de Zelfstandigenwet?

Het oorspronkelijke wetsvoorstel VBAR (Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties) uit juli 2025 wordt volgens het coalitieakkoord van januari 2026 deels vervangen door de Zelfstandigenwet. Die kent twee toetsen: een zelfstandigentoets (loop je ondernemersrisico, gedraag je je als ondernemer?) en een werkrelatietoets (heb je vrijheid in hoe en wanneer je werkt?). Wanneer de wet ingaat, is nog onduidelijk.

Wat moet ik als ZZP’er nu het eerste doen?

Drie acties: ten eerste, zorg dat je voor meerdere opdrachtgevers werkt. Eén klant met langdurige opdrachten is de grootste rode vlag. Ten tweede, documenteer je ondernemerschap — eigen website, KvK-inschrijving, beroepsaansprakelijkheidsverzekering, eigen prijzen. Ten derde, regel je eigen risico’s: arbeidsongeschiktheidsverzekering, pensioenopbouw, financiële buffer. Wie geen ondernemersrisico loopt, is fiscaal gezien geen ondernemer.

Wat moet ik als opdrachtgever nu doen?

Inventariseer eerst welke ZZP’ers bij je werken en hoe lang. Maak een eerlijke risicoanalyse op de negen Deliveroo-gezichtspunten. Maak vervolgens contracten waarin vrije vervanging, parallelle opdrachten en resultaatverplichting expliciet zijn vastgelegd. Voor structureel werk dat eigenlijk in loondienst hoort: overweeg een vast contract. ZZP’ers inhuren voor werk dat fundamenteel werknemerswerk is, levert vrijwel altijd problemen op.

Wat zijn de financiële gevolgen van schijnzelfstandigheid?

Voor de opdrachtgever: naheffing loonbelasting en premies (terugwerkend tot 1 januari 2025), belastingrente, eventueel vergrijpboete van 25-100 procent. Bij €60.000 jaaromzet kan dat €15.000-€25.000 over één jaar kosten. Voor de ZZP’er: heronderzoek van de inkomstenbelasting (zelfstandigenaftrek en MKB-vrijstelling kunnen worden teruggevorderd), btw-correctie, en eventuele claims van pensioenfondsen.


Bronnen

Relevante artikelen

Bekijk meer